zininopvoeding > publicatie.php?nr=25925&stuurdoor=nee

'Je ouders leren je hoe het hoort. Je broers en zusjes hoe het er echt aan toegaat'

 

Terug


Broers en zussen. Je kent hen vaak langer dan je ouders of kinderen. Hoe beïnvloeden ze elkaar: van de vroegste jeugd tot aan de ouderdom?

Wat is de invloed van je positie in het gezin? Wat kan het betekenen om een broertje of zusje te hebben dat ziek of gehandicapt is, of niet mee kan komen? Hoe kun je je staande houden in een problematische relatie met een zus of broer? En hoe kunnen relaties veranderen als een van hen overlijdt? 

Frits Boer specialiseerde zich als hoogleraar in de relatie tussen broers en zussen. ZiO interviewde hem over zijn nieuwe boek, waarin hij de relatie tussen broers en zussen vanuit allerlei invalshoeken beschrijft en duidt. ‘Broers en zusjes ontwikkelen zich in bondgenootschap én competitie. Die twee kanten zijn er altijd.’

Heeft u zelf broers en zussen?
Ik ben de tweede van vier. Ik heb een vijf jaar oudere broer en twee jongere broers. Ik ben dus opgegroeid in een jongensgezin.

Wat betekent dat: een jongensgezin?
Dat betekent dat je minder van meisjes snapt. Je kunt veel leren van broers en zussen van het andere geslacht en daarom kan het heel fijn zijn als je in huis daarvan iets meemaakt. Ik vond het dus heel leuk om dochters te hebben en hun ontwikkeling mee te maken. 

De tweede zijn, wat betekent dat?
Voor je persoonlijke ontwikkeling is je plaats in de rij wel heel belangrijk, maar ik heb er altijd een beetje moeite mee om daar algemene uitspraken over te doen. Het ligt er ook aan of je kijkt naar de positie tegenover de ouders, of tegenover de andere kinderen.

De oudste is vaak het broddellapje van de ouders. Dat kan je onzeker maken. Tegenover de andere kinderen heeft de oudste een voorsprong. Dat kan juist weer zelfvertrouwen geven. Maar de concrete situatie hangt ook van je temperament, of een broer of zusje in een bijzondere situatie zit, of soms van gebeurtenissen die je helemaal niet in de hand hebt. Dat zit soms in heel kleine dingen. Het verhaal kan op allerlei andere manieren verlopen. 

Hoe was dat bij u?
Mijn oudere broer was vijf jaar ouder, rookte al pijp en had hele gesprekken over politiek met onze jong overleden vader. We zijn nu allemaal goed met elkaar, maar toen was ik als jongere broer voor hem niet erg interessant. Ik was dus aangewezen op mijn jongere broertjes, ik moest met hen naar school lopen. 
Mijn anderhalf jaar jongere broer was sterker en minder verlegen en angstig dan ik en beschermde mij. Samen beschermden we dan weer mijn allerjongste broertje. 

Wat betekende het voor jullie onderlinge relaties dat uw vader vroeg overleed?
Enorm veel. Vóór het overlijden van mijn vader was mijn moeder een wat verlegen, maar vrolijke vrouw. Daarna werd ze depressief. Ik was bijna zestien en toen ik een jaar later ging studeren, merkte ik dat ik vaderachtige figuren opzocht. 
Mijn broers en ik probeerden mijn moeder niet lastig te vallen, maar te beschermen. Dus zochten we veel zelf uit en deden we veel met elkaar.

In tegenstelling tot vrienden kies je je je broers en zussen niet uit. 
Ja, broers en zussen hebben een gegeven relatie. Dat is uniek. En dat biedt risico’s en kansen. 

Waar zitten vooral de risico’s?
Risico’s zijn dat je patronen voor lief neemt en de kansen zijn dat je kan leren van wat anders gaat dan je had gedacht. 
Soms zien ouders het ene kind méér dan het andere, omdat één kind zich minder goed redt. Dan denken ze: met de ander gaat het gelukkig goed, daar hoef ik niet zo op te letten. Kinderen die dat overkomt, hebben soms de neiging hun ouders te ontzien en geen aandacht te vragen, omdat ouders het al moeilijk genoeg hebben. 
Als iemand je daar een keer op attendeert, of dat je kind op een keer heel onredelijk uitvalt, is dat weer een kans. Dat is een cadeautje, want dan kun je daar iets aan doen. 

En wat zijn de risico’s tussen broers en zusjes?
Onderling gaan de risico’s vooral spelen tijdens de puberteit. Jonge kinderen denken niet na over de relatie met hun zusje of broertje. Je ziet vaak dat kinderen in de basisschoolleeftijd intensief met elkaar omgaan, maar ook veel ruzie hebben en dat de relatie tijdens de puberteit verbetert, maar ook niet meer zo intensief is. 

In uw boek zegt u dat broertjes en zusjes zich aan elkaar ontwikkelen via bondgenootschap én competitie.  
Ja, die twee kanten zijn er in de relatie tussen broers en zusjes altijd. 
Van volwassenen leren kinderen hoe het hoort. En dat is heel belangrijk. Van broers en zusjes leren ze hoe het in de praktijk toe gaat. Van je broers en zusjes leer je wie je zelf bent, hoe mensen omgaan met boosheid, jaloezie of angsten.  en hoe je boosheid bijvoorbeeld kan inzetten om iets te bereiken en toch de ander niet kwijt te raken. 

Een voorbeeld. Ouders leren je dat je niemand mag chanteren. Maar als je als volwassene niet weet hoe chantage ruikt, ben je kwetsbaar. Van je broers en zussen kun je leren hoe chantage in de praktijk werkt en hoe je dat kan herkennen. Als je oudste broer je altijd uit zijn kamer dondert en opeens poeslief doet, omdat hij op jouw nieuwe Playstation wil en je daarna weer als een baksteen laat vallen, dan leer je een heel waardevolle les. Je leert het meeste van wat je emotioneel raakt. 

Hoe leren enige kinderen dat?
Enige kinderen kunnen dit allemaal leren door hun omgang met vrienden en vriendinnen. 

Wat is de positie van ouders bij die chantage of boosheid?
Die is niet makkelijk. Alle ouders weten hoe vreselijk het is als kinderen constant ruzie maken. De opvoeding kent drie risico’s: het gevaar van overbezorgdheid, van partijdigheid en van verwaarlozing. 
Dat geldt ook bij ruzie. Het is belangrijk om er als ouder niet te snel tussen te komen en niet te snel partij te kiezen. Als je te snel instapt, ontneem je je kinderen de mogelijkheid er zelf uit te komen. Maar een ruzie kan ook uit de hand lopen en eindigen in mishandeling. Als je dan niet ingrijpt, verwaarloos je je kinderen. 
Het beste is ze samen aan te spreken: ‘Jongens, het interesseert me niet wie er begonnen is, maar ik vind dit niet fijn.’ 

De Russische pedagoog Vygotsky muntte het begrip ‘zone van de naaste ontwikkeling’.  
De kunst is om als ouder in de opvoeding steeds naar die zone te reiken. Als je het kinderen te makkelijk maakt, leren ze niks. Als je te hoge eisen stelt, worden ze onzeker. De kunst is je kind aan te spreken in die nét iets te hoog gelegen zone. Misschien denkt het: ik kan het niet. Maar als het dat, met een beetje aanmoediging en misschien een beetje hulp, wél kan, help je het in zijn zelfvertrouwen. Dat is niet makkelijk, daar maak je voortdurend fouten in. Maar dat geldt voor de hele opvoeding. 

Die zone speelt ook bij ruzie. Kinderen moeten leren een probleem op te lossen zonder jou.
Probeer ze samen aan te spreken, samen te laten verzinnen hoe ze het op kunnen lossen, of ze samen even te laten afkoelen. 

Waar kan het mis gaan tussen broers en zussen?
Daar kunnen heel veel redenen voor zijn. Soms moet je teveel inleveren en kun je alleen maar doorgaan  met je leven door een broer of zus niet meer te zien. Bijvoorbeeld bij een ernstige verslaving. Sommige mensen zijn onmogelijk. Dat is helaas een feit. 

De partner van een broer of zus kan ook een belangrijke rol spelen. 

Soms ook is er disbalans in erkenning. Dan staat een broer altijd voor iedereen klaar, maar krijgt de zus die er bijna nooit is enorm veel waardering voor het weinige dat ze wel doet. 
Ik heb wel gezien dat ruzie in de familie vrijwel niemand koud laat. Daarvoor is de lotsverbondenheid tussen broers en zussen te wezenlijk.

Kunnen ouders de relatie tussen broers en zussen verpesten?
Ja, dat kan zeker. Bijvoorbeeld door een kind voor te trekken. Je kan je kinderen niet allemaal hetzelfde behandelen, want je moet ook recht doen aan het feit ze verschillend zijn. Maar als ouders een lievelingetje hebben, of één kind altijd voortrekken, bijvoorbeeld omdat ze het andere lastig of ondankbaar vinden, kunnen ze hun kinderen té verschillend behandelen.  
Soms kan een nieuwe partner van een ouder méér hebben met het ene kind dan het andere. Daar moet je alert op zijn. 

Belangrijk is dat je altijd terug kan komen op wat er is mis gegaan. Ook als ouder. In mijn boek geef ik het voorbeeld van een broertje van een meisje met taaislijmziekte. Hij is wat verlegen, maar heeft eindelijk een afspraak met de meest populaire jongen van de klas. Als hij die middag vol verwachting thuiskomt, heeft zijn zusje een heel ernstige aanval. Als hij dan heel voorzichtig vraagt: ‘Pappa. Kan Jim nu nog wel komen?’, valt zijn vader uit: ‘Je zusje gaat bijna dood en jij denkt alleen maar aan je vriend? Egoïst!’ 

Gelukkig krijg je altijd een herkansing. Die vader kan de volgende dag zeggen: ‘Wat was het een rotdag gisteren, hè? Je zusje was zo ziek en ik deed zo onredelijk tegen jou. Natuurlijk ben je geen egoïst. Dat had ik nooit mogen zeggen. Zullen we samen bedenken hoe we dat kunnen goed maken en een nieuwe afspraak maken met Jim?’ Dan is het een kans. Dan heeft een kind geleerd dat volwassenen ook fouten maken, maar dat je het weer goed kan maken. Zo’n kans kan de relatie verbeteren. 

Dat geldt ook voor voortrekken. Probeer zo nu en dan eens naar je eigen opvoeding te kijken en te bedenken hoe je het beter kan doen.

U besteedt ook aandacht aan samengestelde gezinnen. Soms zijn kinderen een halve week bij een ouder, waar een halfzusje is dat er altijd is en de nieuwe partner van de ouder ook kinderen inbrengt...  
Bij een samengesteld gezin zijn risico’s dat ouders te snel willen en dat ze niet benoemen dat het niet altijd makkelijk is. 
Je moet voorkomen dat kinderen voelen dat er voor hen nooit één plek was. Dat zij altijd maar moesten verkassen en hun broertje altijd wel op één plek kon blijven. 

Daarom is het heel belangrijk dat je elkaar de tijd gunt om samen een goede, nieuwe omgang te vinden. Een samengesteld gezin kan ook nieuwe kansen bieden. In het ene gezin ben je de jongste, in het nieuwe gezin soms de oudste. Soms is het heerlijk om even van die drukke broer af te zijn en voor je nieuwe babyzusje te kunnen zorgen. 

Alle thuisplekken hebben hun voor- en nadelen, maar ouders moeten zo nu en dan even laten merken dat ze best snappen dat het niet makkelijk is. ‘Ik zie best dat het voor jou wel eens lastig is.’ Dat geldt overigens ook voor andere opvoedsituaties. Tijdens het opgroeien kan er van alles mis gaan. Je vader kan jong overlijden, je kunt een broertje of zusje met een beperking hebben. 
Als je als ouder, zonder te overdrijven of emotioneel te worden, maar nuchter onder woorden brengt dat het niet altijd een feestje is, kan dat enorm goed doen. 

Hoe zit dat tussen broers en zussen?
Ook daar is er vaak ruimte voor herkansing.  Misschien praat dat ene zusje altijd alleen over zichzelf en stelt ze nooit een vraag. Het kan zinnig zijn om je af te vragen hoe je dat zou kunnen ontregelen. Je bent vaak bezig elkaar te bevestigen in wat je al je leven lang verwacht. Wat kan je verzinnen om de situatie een beetje leuk te ontregelen? Een grap? Samen eens iets heel anders gaan doen? 

Dat lijkt wel de moeite waard, want de relatie met je broers en zussen is vaak de langste in je leven... 
Dat klopt. Daarom heeft het verlies van een broer of zus ook vaak een grote impact.

Juist omdat je elkaar zo lang kent, is het hartstikke leuk om, zeker als je ouder bent, met je broers en zussen over vroeger te praten, of over je familie. Dat is een cadeautje dat broers en zussen elkaar kunnen geven.  

Interview: Marijke Verduijn
Foto (van Frits Boer voor een wand vol familiefoto's): René Schotanus

Frits Boer (emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie) schreef het Handboek Broers en zussen van speciale en gewone kinderen (2021). Over de invloed van broers en zussen op elkaars ontwikkeling en gedrag.
Uitgeverij Lannoo 
isbn 9789401475365
€ 32,99

Lees ook: Als broers en zussen. Samen opgroeien in een adoptie- of pleeggezin.
Koen en Jadrickson (beiden 16) zijn al 11 jaar broers. Louise (19) en Tharanika (14) al 12 jaar zussen. Want je kunt broer of zus zijn, maar het ook worden. 'Als je ons goed kent, merk je dat we zussen zijn.’  

oudste tweede jongste broertjes zusjes zonen dochters

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2021 Zin in Opvoeding