zininopvoeding > publicatie.php?nr=25828&stuurdoor=nee

'Ik haat je. Veel liefs van Sophia' Zomerboek 8+

 

Terug


‘Ik haat je. Veel liefs van Sophia.’ 

‘Geloof je zonder dat ik het laat zien dat ik kan duiken?’ vroeg het kind. ‘O, jawel, hoor’,  antwoordde de grootmoeder. ‘Kleed je nu maar weer aan, dan zijn we thuis voor je vader wakker wordt.’ 
Ik moet hem niet vergeten te zeggen, dacht ze, dat dit kind nog steeds bang is voor diep water. 

Sophia brengt met haar vader en oma – zoals elk jaar – de zomer door op een verder nauwelijks bewoond Fins eiland. Sophia is – zoals haar naam al zegt – wijs, maar ook eigenwijs en vaak bang en onzeker, want het eiland is vol gevaar en Sophia kent de dood helaas al van nabij.

In 22 korte verhalen tekent Tove Jansson (1914-2001), de Finse evenknie van Astrid Lindgren, de innige verhouding tussen de grootmoeder en haar kleinkind. 

Als ze wat groter was geweest, dacht de grootmoeder, het liefst heel wat groter, dan had ik haar kunnen zeggen dat ik begrijp hoe naar het voor haar is.
 
In een grote vertrouwdheid verkennen Sophia en de grootmoeder het leven, de anderen, de natuur en hun overtuigingen. Soms in harmonie, vaker bekvechtend en schurend. Waar Sophia vroegwijs is, is de grootmoeder soms juist kinderlijk (Wat voer je toch uit?’ vroeg Sophia. ‘Ik speel’, antwoordde de grootmoeder). Sophia stelt eindeloos vragen en af en toe heeft de grootmoeder daar helemaal geen zin in. Soms kunnen ze elkaar niet bereiken en regelmatig maken ze flink ruzie. 

‘M’n lieve kind, ik kan met de beste wil van de wereld op mijn leeftijd niet opeens in de duivel gaan geloven. Jij kunt geloven wat je wilt, maar je moet wel de nodige tolerantie leren opbrengen.’
‘Wat is dat?’ vroeg het kind korzelig.
‘Dat je de opvattingen van een ander respecteert.’
‘En wat is “respecteren”?!’ schreeuwde Sophia terwijl ze op de grond stampte.
‘Anderen laten geloven wat ze willen!’ riep haar grootmoeder. ‘Ik laat jou aan de duivel en z’n mallemoer geloven en jij laat mij met rust.’
Ze keken elkaar niet meer aan. 

‘Terwijl de dagen verstreken, werden ze vreemden voor elkaar, met een schuwheid die bijna vijandelijk was.’ 
Dan schuift Sophia een brief onder de deur door: ‘Ik haat je. Veel liefs van Sophia.’ 

Tegelijkertijd gaat de grootmoeder voor haar kleinkind door het vuur. Als haar zelfgemaakte Dogenpaleis door een storm wegspoelt, belooft ze Sophia het te terug te vinden en knutselt ze - nadat ze tevergeefs heeft gezocht - de hele nacht door om ’s morgens – terwijl Sophia al aan de deur rammelt – een gloednieuw paleis nog net op tijd onder de kraan te houden.

En als Sophia zich ernstig zorgen maakt dat haar vader iets ergs zal overkomen, weet de grootmoeder raad. 
Ze deed de deur open en zei: ‘Nu mogen we geen woord meer zeggen! Je mag niet niezen, huilen of een boer laten, niet één keer, voor we alles verzameld hebben wat we nodig hebben. Dan leggen we dat op een heel veilig plekje en laten het van een afstandje zijn werk doen. In dit geval kan dat heel goed.
De maneschijn verlichtte het eiland en de nacht was erg warm. Sophia zag dat de grootmoeder de bloemkelk van een strandanjer plukte, ze vond twee kiezelsteentje en een dotje gedroogd zeegras en stopte alles in haar zak [ … ]  
Het stond buiten kijf dat de grootmoeder alles zou vinden wat nodig was om ongeluk en dood af te weren. Alles paste in haar zak. 

Zomerboek verscheen voor het eerst in Nederland in 1976, maar is terecht opnieuw uitgegeven. 1972, de Nederlandse vertaling kwam er in 1976. Mooi is hoe de grootmoeder tijdens de lange zomer steeds zwakker wordt en dat soms verbergt, maar soms ook laat zien. De volgende dreiging in het leven van Sophia kondigt zich al aan. Die dreiging keert verschillende keren terug in Sophia’s vraag ‘Heb je je Lupatro ingenomen?’ 

Maar de grootmoeder is er nog en kan haar kleinkind nog bijstaan in haar omgang met deze dreiging en de onontkoombare volgende. Door vooral goed naar haar te kijken. En door haar dan waar nodig vast te houden en waar mogelijk los te laten. Door haar te corrigeren of te steunen, door vaak doodeerlijk te zijn, maar andere keren terug te vallen op een leugen. Door haar soms te geven wat ze nodig heeft en haar dat soms heel bewust te onthouden. Dat ze de plank daarbij soms ook helemaal mis slaat, is één van de bijzondere kwaliteiten van dit fijnzinnige en soms geestige boek.   

Tekst: Marijke Verduijn

Zomerboek
Tekst en illustraties: Tove Jansson
Uitgeverij De Geus
ISBN: 9789044540598
Prijs: € 17,50

Oma kleindochter levenslessen

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2020 Zin in Opvoeding