zininopvoeding > publicatie.php?nr=25801&stuurdoor=nee

Nationale Opa- en Omadag

 

Terug


Grootouders en kleinkinderen: kom daar maar eens tussen ... Op opa- en omadag 2020 vertellen 10 kleinkinderen over wat hun opa en oma voor hen beteken(d)en. 'Ik denk, dat als mijn ouders overlijden, en ik ben nog een kind, dat ik bij opa en oma mag intrekken.' 

Rosa (5): ‘Wat ik leuk vond, was dat ik samen met oma een multomap ging kopen waar we al mijn tekeningen in hebben gedaan.’ 

Cato (9): ‘Ik ga met opa en oma altijd zwemmen. Dan gaat oma bij mij in het kleedhokje en m'n broertje bij opa en dan wachten we bij de douches en gaan we met z’n allen naar het zwembad. Ik durf niet van de glijbaan, dus dan blijft oma bij mij en dan gaat m'n broertje met opa naar de glijbaan en ik met oma naar de stroomversnelling. We eten bij opa en oma ook altijd pannenkoeken. Soms halen ze die bij de Plus, maar oma bakt ze ook heel vaak zelf. 
Bij mijn andere opa en oma zijn er ook verdrietige dagen. Mijn opa is vier dagen vóór mijn verjaardag overleden. Gelukkig had oma gevraagd of de begrafenis twee dagen later kon, dan kon ik mijn verjaardag vieren. Maar nu denken we dus elk jaar op mijn verjaardag ook een beetje aan de dood van mijn opa.’

Abel (13): Wat mijn opa en oma allemaal voor me betekenen? Wat een leuke (en makkelijke😉) vraag. Ik denk, dat als mijn ouders overlijden, en ik ben nog een kind, dat ik bij opa en oma mag intrekken. Mijn andere opa en oma zouden vast heel graag willen, maar bij hen is het gewoon wat moeilijker. 
Toen ik 6 was, kreeg ik hersenvliesontsteking. Ik had de dag zelf al verhoging. Mijn ouders moesten allebei werken, dus drie keer raden wie er kwam oppassen? Opa! Ik lag te slapen op de bank en ineens kreeg ik een soort van epileptische aanval. Opa heeft gelijk mijn vader gebeld en toen ben ik naar het ziekenhuis gebracht. Mijn zus en broer waren op de buitenschoolse opvang en mijn ouders konden hen niet ophalen, want die waren bij mij. Dus wie ging hen ophalen? Oma! 
Allebei mijn opa’s en oma’s hebben mij gesteund in die periode, en niet alleen toen, maar mijn hele leven al. Je opa en oma zullen je altijd steunen. Ze hebben zelf gekozen voor een kind, dus zullen ze het súperleuk vinden als hun kinderen weer kinderen krijgen!’

Tess (14): ‘Ik heb één opa, twee oma’s en twee overgrootmoeders. Mijn ene overgrootoma woont wat verder weg, maar de andere zie ik regelmatig.  “Liefdevol”, dat is het eerste woord dat bij me opkomt als ik aan ze denk. 
Toen ik op de basisschool zat, haalden mijn opa en oma mijn zusje en mij op vrijdag altijd uit school. Dan deed ik heel veel spelletjes met opa, of zaten we te kleuren. De moeder van mijn vader is al een stuk ouder, dus daar bleven we minder vaak slapen, maar daar gaan we wel iedere zondag heen. Zij is een echte ‘propper’: als ik daar zelf naar toe ga, krijg ik altijd een ijsje of een groot stuk gebak. Bij mijn opa en oma’s mag altijd meer dan thuis: later naar bed, nog iets lekkers, twee ijsjes... ‘Ach joh, zo vaak zijn ze hier niet.’   
Ik merk wel dat ze, sinds ik op de middelbare school zit, een minder grote rol in mijn leven spelen dan vroeger. Ik zie ze ook minder. Ik ben best druk met school en sporten en zo. Maar dat heeft geen effect op de band tussen ons. Ze zijn niet minder gaan betekenen, maar het is ook prima als je er even twee weken niet bent. Ze blijven de lieverds in mijn leven.’

Sofie (15): ‘Eén van mijn eerste herinneringen is dat ik met opa en oma op vakantie was en mijn neefje en ik met oma naar de zonsopgang zouden gaan kijken. Maar mijn neefje sliep nog, dus ik ging samen met oma. Dat was heel bijzonder en superleuk en daarna gingen we naar het huisje om te ontbijten. 
Op een andere vakantie waren opa en oma er ook een paar dagen. Wij hadden nog nooit met opa gezwommen, maar die vakantie hadden we hem een keer overgehaald. Ik weet nog dat dat superleuk was: we hadden net ons A-diploma en konden laten zien hoe goed we konden zwemmen en we mochten door zijn ‘poortje’ zwemmen en zo. 
Als ik met mijn neefje bij hen ging logeren, gingen we altijd met opa op de bank zitten en nootjes eten en dan hadden we een goed gesprek met hem. Dat hebben we helaas alweer een tijdje niet kunnen doen. 
Ik denk dat iedereen in onze familie heel veel van opa en oma houdt, omdat ze altijd voor iedereen klaar staan. En nu dat niet meer kan, zijn wij er om hen te helpen. Want dat is nu nodig.’ 

Tijmen (16): Mijn opa's en oma's betekenen heel veel voor me. Ik heb ontzettend veel geluk met die lieve opa's en oma's, en dat ze er allemaal nog zijn. Deze band is al ontstaan sinds ik een baby ben, ook al weet ik daar een groot deel niet meer van. Maar ik weet nog wel dat mijn opa op een groot familiefeest een toespraak hield en ik het podium opliep om hem een handje te geven.  
Vanaf dat ik op de basisschool zat, organiseerde opa elk jaar met mijn neefje, broertje en mij een uitje, bijvoorbeeld naar het Binnenhof of het Prinsenhof in Delft. En nu ik op de middelbare school zit niet zo ver van hun huis, kan ik er altijd terecht als ik tussenuren heb, of als ik het leuk vind om daar te logeren. Met oma ben ik een keer in mijn tussenuren naar Brielle heen en weer gefietst, en ook een keer uit eten geweest! Ze zijn meer dan gewoon familie voor me.’

Emma (23): 'Logeren bij opa en oma was het hoogtepunt van elke vakantie. ‘s Avonds na het eten keken we met oma ‘Tussen kunst & kitch’ en maakte opa anti-droomthee. ‘s Ochtends als we wakker werden, lag er altijd een doosje Smarties klaar, dat we bij oma in het grote bed mochten opeten terwijl we tv-programma’s keken die we van mama niet mochten zien. Boven op zolder lag een eindeloze hoeveelheid speelgoed, we speelden met de oude poppen van mijn moeder en maakten kleertjes voor de barbies met oma’s naaimachine. Als puber hebben mijn nichtje en ik dit nog een keer overgedaan en alle barbies in kleine bikini’s gehesen. Daar konden opa en oma wel om lachen.
Nu we ouder zijn, zijn opa en oma nog minstens zo belangrijk. Als ik bij ze op bezoek ga en eten meeneem roept oma steevast ‘Dit eten wij nou nooooit!’. Opa en oma zijn ontzettend betrokken en leven mee met elke stap in mijn leven. Volgende maand begin ik met mijn eerste baan en toen bleek dat ik mijn rijbewijs niet op tijd kon halen, bood oma meteen haar elektrische fiets aan. Ze heeft nog steeds een oplossing voor elk probleem!’

Geerte (24): ‘Mijn opa en oma waren al overleden toen ik werd geboren, maar mijn oom en tante namen die plaats heel vanzelfsprekend in. Bij hen voelde ik me volledig gezien en mocht ik helemaal zijn wie ik was. Ik kreeg alle aandacht en voelde me totaal vrij. Er was een heerlijke zolder om te spelen, ik leerde er breien, banjerde rond op de moestuin, mocht meehelpen met koken. Ik was bang voor het schilderij in de kamer, dus dat werd omgedraaid. Ik kon niet slapen, dus ik mocht op m'n ooms plek in bed. Het voelde allemaal heel veilig. 
Zij hadden en hebben aandacht voor die onbelangrijke dingen die verder alleen ouders belangrijk vinden: ze zijn blij dat je je theorie-examen hebt gehaald en vertellen dat trots verder. Die rollen draaien op den duur natuurlijk om. Dat vond ik in het begin heel confronterend, maar de laatste jaren kan ik me daar wel wat meer mee verzoenen. Het heeft ook iets moois dat wij nu voor hen kunnen proberen te zijn wie zij voor ons zijn geweest.’ 

Sara (31): ‘Ik ging eind augustus vaak bramen plukken met mijn opa. Dat vond ik heel speciaal: soms huurden we een roeibootje en roeide mijn opa een eind om ergens aan te leggen waar veel bramen waren, omdat niemand anders daar bij kon. Thuis kookte mijn oma daar dan bramensap van en dat aten we dan met yoghurt. Dat was echt feest in de zomer.’ 

Sam (32): ‘Als ik aan jullie denk, denk ik aan het keiharde groene tapijt in de gang waarop ik m’n slidings oefende. De studeerkamer die jaarlijks een keer veranderde in een spookhuis. Het gangetje waarmee je in de kerk kwam. De woonkamer met de open haard, de groene stoel waar ik eindeloos in heb gelegen of op schoot heb gezeten en de kast die je zowel vanuit de woonkamer als de keuken kon openmaken (dat iemand zoiets tofs kon verzinnen...). 
De tuin met het houten bankje gemaakt van een boomstronk en het uitdagende vijvertje. Het enorme erf om mijn ADHD op af te reageren. De buurman had een stal, jullie een kerk. Voor mij zat daar niet zo’n groot verschil tussen: het waren plekken om zo snel mogelijk van A naar B te rennen, het liefst langs een pad met zoveel mogelijk dingen om over te struikelen. Hoewel: op zondag was ik stiekem ook altijd wel een beetje trots: die man die daar stond te preken hoorde wel mooi bij mij. 
Het is allemaal al bijna 25 jaar geleden; ik was acht toen jullie verhuisden. Maar ik kan dat huis van toen nog steeds dromen. Dat zegt alles over de rol die jullie spelen en gespeeld hebben - in mijn leven en in dat van al m’n neefjes en nichtjes. En over hoe fijn en veilig het bij jullie was.'

 

Opa en oma

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2020 Zin in Opvoeding