zininopvoeding > publicatie.php?nr=25761&stuurdoor=nee

'Ik wil dat ze die kinderen leren kennen'

 


   

Terug


Annet Betsalel van de Joodse gemeente in Bussum maakte een tentoonstelling over zes Joodse kinderen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Bussum woonden. ‘Er kwamen regelmatig schoolkinderen op bezoek. Dan vertelden we over Joodse tradities, feestdagen, de synagoge, waarden, de Tien Geboden. "Wees een goed mens".

En wat is een goed mens dan? Vaak kwam het dan vanzelf op de oorlog. En toen dacht ik: ik wil een aantal kinderen naar voren halen en laten zien wie ze waren. En ik wil kinderen van nu inspireren met deze kennis in de wereld iets te doen.’ Zo ontstond de tentoonstelling Kinderen zoals jullie, waarin basisschoolleerlingen in de Gooise Meren kinderen leren kennen die in de oorlog in hun buurt op school zaten. 

Schoolreisje
Ettel Weiss kijkt je met grote donkere ogen bedachtzaam aan. Toen ze tien jaar was, vluchtte ze met haar ouders, broertje en zusje vanuit Duitsland naar Naarden. Op een foto speelt ze met vriendinnetjes voor haar huis in de Raadhuisstraat. Ze speelde viool. Veel jongens waren verliefd op haar. En ze ging op schoolreisje naar Schiphol. 

Ettel heeft de oorlog niet overleefd. Net zomin als Kiki, Jacky en Liesje Barend. Maar Paul, die met zijn ouders naar Zwitserland vluchtte, wel. Net als Jaap, die als achtjarig jongetje helemaal in z’n eentje van Amsterdam naar Bussum liep om daar onder te duiken. Z’n moeder had gezegd: steeds rechtdoor en als je de kerk van Naarden ziet, ga je rechtsaf. Erwin, een jongen van 14, overleefde als dwangarbeider, omdat hij in Auschwitz zei dat hij radiotechnicus was – wat zijn hobby was. De familie Veffer, die met hun zes kinderen driehonderd meter van hun eigen huis zat ondergedoken in een kamer van 3,5 bij 2,5 meter, overleefde de bezetting ook. Annet: ‘De moeder zei later: “Het meest trots ben ik dat ze nooit ruzie hebben gemaakt.” Waarop één van haar dochters lachend zei: “Nou, dat hebben we na de oorlog wel ingehaald.”

Lichtpuntjes in de duisternis
De tentoonstelling zoekt nadrukkelijk een balans tussen droevige en leuke verhalen over de kinderen. 'We wilden niet alleen de zwartste verhalen laten zien, maar ook dat kinderen het hebben overleefd door heel slim te zijn, geluk te hebben, hulp te krijgen. Of door heel veel uithoudingsvermogen te hebben, zoals die zes broertjes en zusjes in dat kleine kamertje. Het is belangrijk kinderen een lichtpuntje te laten zien in de enorme duisternis van de bezetting en de Jodenvervolging. In het donker is een lichtje heel zichtbaar.

Ik wil meer laten zien dan alleen namen. Niet alleen slachtofferverhalen vertellen, maar een leven schetsen in verhalen en foto’s. Ik wil dat ze die kinderen leren kennen. Dat ze weten hoe ze er uit zagen, wat ze deden, wat hun ambities waren. En dat ze zich realiseren: wacht eens, ze zaten op onze school. Mijn opa zat bij haar in de klas. Kijk: ze gaan op schoolreisje, ze speelden buiten, net als wij. Daarom heet de tentoonstelling Kinderen zoals jullie. Het waren heel gewone kinderen, ze vierden net als jullie Sinterklaas en toch werden ze er uit gepikt en vanaf dat moment waren ze anders. Ik hoop dat dat iets “aanzet” in hun hoofden.’

Drumstel mee
Tijdens workshops verdiepen de scholieren zich interactief in de Tweede Wereldoorlog. Ze bouwen illegale radio’s die echt functioneren, maken verzetskranten op oude typemachines (“hé, je hoeft het niet eens te printen”) en vervalsen bonkaarten en stempels. 

‘Daar leren ze heel veel van, maar je merkt ook hoe lastig het is om je in te leven. Ze zetten rustig in zo’n verzetskrant: “Valse persoonsbewijzen te verkrijgen bij de firma ..”’ En toen ik vroeg wat zij zouden meenemen als ze zouden moeten onderduiken, zei een jongetje: “mijn drumstel.” Maar iemand zei ook: ‘Mijn vriendinnen, want daar wil ik elke dag mee kunnen kletsen.’

In één van de workshops maken kinderen een uitzending van Radio Oranje, die echt wordt uitgezonden: als je langsrijdt, kan je hem oppikken. ‘Dan eindigen ze soms met: “Dit was het Radio Oranje nieuws. Ik wens u nog een fijne avond.” Daar moet ik dan eigenlijk heel erg om lachen.  Dat nemen ze gewoon over van de radio van nu.’ 

“Mens”
Er zijn ook heel ontroerende momenten. Annet vraagt de deelnemers een brief te schrijven aan één van de kinderen die ze op de tentoonstelling hebben leren kennen. ‘Dat is soms heel indrukwekkend. Eén meisje heeft iemand helemaal tot in de gaskamer gevolgd: “Ik hoop dat je geen pijn had en dat je nog aan de mooie dagen in Naarden dacht.” Een ander heeft op een Jodenster het woord “Jood” doorgestreept en er “Mens” onder gezet. Dan denk ik: jij hebt het begrepen.

Het gaat niet alleen om toen en daar. Ik wil ze laten beseffen: het zou mij kunnen overkomen en wat dan? Daarbij focus ik niet op het slachtofferschap, maar op weerbaarheid. Ik leg nadrukkelijk een link met moreel gedrag. Ik wil ze een beetje weerbaarder maken in de tijd van nu. Waar begint het? Wordt er bij jullie in de klas gepest? Durf jij dan te zeggen: “Joh, doe niet zo vervelend. Doe normaal.” Ik hoop dat ze zich later herinneren: ik ben toen naar die tentoonstelling geweest en heb een brief geschreven aan dat meisje. Ik kan "nee" zeggen tegen mensen die me met fysieke of verbale kracht tot iets willen dwingen. 

Fakenieuws
Ik wil ze meegeven dat het altijd verkeerd is om te stigmatiseren, of een ander kritiekloos te volgen. Zo vertel ik dat er propaganda-uitzendingen werden gemaakt. Dat dat nieuws niet waar was, maar dat het heel moeilijk was om erachter te komen wat wél waar was. Dat je dan stiekem naar de radio moest luisteren. En dan zeg ik: “Geloof niet te snel wat wordt verteld. Vraag aan je ouders: klopt dat?” Dan zijn er altijd wel een paar die roepen “fakenieuws”.  “Ja, heel goed.” 

We hebben vorig jaar zo’n 1600 kinderen langs gehad. Die gaan allemaal naar huis en vertellen aan hun ouders en broertjes en zusjes wat ze hebben gehoord en geleerd. Ik hoop dat dat als een olievlek verder gaat. 

Redders en gereddenen
Voor leerlingen van de bovenbouw van de middelbare school, is er het Yad Vashemproject. Daarbij krijgen jongeren in groepjes van vier/vijf een naam mee van iemand die door Yad Vashem is onderscheiden voor hulp aan Joden in de oorlog. Dan moeten ze zelf verder onderzoek doen: wie waren de redders en wie waren de geredden? Het huis opzoeken waar iemand woonde (tien extra punten als je er echt naar toe fietst en de bewoners interviewt), oude kranten napluizen. 

We vragen ze ook hun opa of oma te interviewen over de oorlog en foto’s mee te nemen uit hun albums. Zo horen ze de verhalen uit de eerste hand. Als er geen opa’s of oma’s meer zijn, vragen ze een andere bejaarde uit hun omgeving. Dat levert prachtige verhalen op. Eén jongen zei dat zijn opa hem voor het eerst in tranen had verteld dat hij het kind was van een Duitse soldaat. Er was ook een meisje van wie de opa in de War Room bij Churchill had gezeten. En alles daar tussen in. Een jongen van wie de grootouders uit Vietnam zijn gevlucht, hoorde hun vluchtverhaal voor het eerst. 

Ook hier is de insteek positief: we focussen op de redders. Als je de weerbaarheid van mensen wil vergroten, moet je meer focussen op het verzet dan op de slachtoffers. Je moet niet stoppen bij herdenken. Het moet zijn: herinneren, herdenken en denken: wat betekent wat er gebeurd is voor mij? 

“Mam, wat is dat?”
Als dochter van een Joodse moeder weet Annet Betsalel hoe belangrijk is om de verhalen over de bezetting en de Jodenvervolging levend te houden. ‘Mijn moeder heeft als enige van haar familie Auschwitz overleefd. Ze liet het nummer op haar arm weghalen, omdat ze daar – bedoeld of onbedoeld – allerlei kwetsende opmerkingen over kreeg. Het was een heel lieve, warme moeder, die besloot haar kinderen niets te vertellen, want dan zou het wel weggaan, net als dat nummer op haar arm. Maar op mijn vijftiende vond ik op zolder een doos met brieven van haar ouders en broers en zusjes. “Mam, wat is dat?” “Nou, ga maar even zitten”.’ 

Knalfeest
Dit jaar wordt 75 jaar bevrijding gevierd. In Bussum op een wel heel bijzondere manier. ‘We gaan in mei voor het eerst een groot, Joods bevrijdingsfeest organiseren. Daarvoor hebben we alle Joodse jongeren uit heel Nederland uitgenodigd: liberaal, orthodox, Israëlisch. Er komt een Big band, een deejay, een casino, een American milkshakebar, een thematent rond de film Casablanca en nog veel meer. Dat is nog niet eerder gedaan. Er was zoveel verdriet, dat duwde alles weg. Een meisje zei tegen mij: ik heb dit jaar vijf herdenkingen. Maar nu komt er ook een knalfeest. We moeten onze vrijheid ook vieren.’   

Steeds beter 
De tentoonstelling en de workshops Kinderen zoals jullie worden dit jaar voor de derde keer gehouden. Het liefst zou Annet een interactief monument oprichten, dat steeds kan worden aangevuld. ‘Mensen vinden soms nog oude schoolfoto’s in een nalatenschap. Wat zou het mooi zijn als je die kinderen van toen steeds beter zou leren kennen.’ 

Interview: Marijke Verduijn

Herdenken

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2020 Zin in Opvoeding