zininopvoeding > publicatie.php?nr=25751&stuurdoor=nee

'Hoe leg je dat uit aan jonge kinderen?'

 

Terug


Saskia Megens verloor twee keer een kindje halverwege de zwangerschap. Bijna tien jaar later kon ze er een prentenboek over maken. ‘Als erkenning dat mijn dochters er zijn geweest. Om ouders die dit ook overkomt te ondersteunen in het gesprek met hun andere kinderen. En hopelijk als een sprankje hoop en moed. Er kunnen je in het leven heel heftige dingen overkomen, maar soms kun je daar ook iets positief mee doen.’

‘We hadden een dochter van vier en een zoon van tweeënhalf en wilden graag een derde kind. Toen ik 22 weken zwanger was, bleek bij de echo dat het kindje niet meer leefde. Ik belandde in een rollercoaster. Je denkt dat je door de gevarenzone heen bent. Ik had wel in mijn achterhoofd dat er nog iets kon gebeuren, maar ik stond er toch niet echt bij stil. En toen overkwam het me toch en moest ik met 22 weken bevallen. 

Omdat het kindje een beetje vreemd in mijn buik lag, hadden ze op de echo niet goed kunnen zien of het een jongen of een meisje was. Dus we noemden het Guusje Jop: een meisjes- en een jongensnaam. 

Toen ik was bevallen, bleef ik een nachtje in het ziekenhuis. Als je dat wil, mag het kindje bij je op de kamer, dus Guusje Jop lag in een bedje naast het mijne. Daar hebben we al onze vrienden en familie uitgenodigd om met haar kennis te maken. Ook de kinderen. 
 
Wat zeg je dan tegen je kinderen? 
Dat het kindje in de buik overleden is. Dat het niet goed is gegaan. Maar het is heel lastig. Ik ben pedagogisch medewerker, maar toen wist ik het even helemaal niet. Daarom heb ik dit boekje ook geschreven: om ouders bij dat gesprek te ondersteunen. Ik denk dat dit boek kinderen wel duidelijker maakt wat er gebeurt. 

Hoe reageerden de kinderen?
Toen ik moest bevallen, hebben ze samen met neefjes en nichtjes een kistje beschilderd en daar knuffels, dekentjes en tekeningen in gelegd. Toen ze in het ziekenhuis kwamen, vroegen ze: ‘mogen we het kindje zien?’ Ik zei: 'ik ga eerst even kijken hoe ze er uit ziet.’ Dat is natuurlijk het meest bizarre wat je kan zeggen, maar dat doe je dus. 
Iemand van het ziekenhuis zei tegen ons: ‘als je het kindje nu niet laat zien, gaat de fantasie van de kinderen werken.’ Dus we hebben er voor gekozen ze er bij te betrekken: haar samen kleertjes aandoen en samen in het bedje leggen. Zover als de kinderen zelf wilden gaan.

Maar toen moesten jullie naar huis … 
Ja, en dan ga je met lege handen. We moesten ons kindje in het ziekenhuis achterlaten voor onderzoek. Dat vond ik, denk ik, het meest pijnlijke moment. Ik hoop dat ik iets gemaakt heb dat het ziekenhuis in zo’n situatie mee kan geven. Dan hoeven ouders niet helemaal met lege handen naar huis. Het is natuurlijk een schrale troost, maar ik hoop dat het toch een beetje helpt. 

Is Guusje Jop later naar huis gekomen?
Vanuit het ziekenhuis is ze naar een mortuarium gegaan. Het onderzoek had uitgewezen uit dat het een meisje was, maar maakte niet echt duidelijk wat er was gebeurd. Er was iets met een membraam, maar ze konden niet zeggen of dat de oorzaak was. De dag vóór de crematie hebben we haar naar huis gehaald en in haar kistje gelegd. Daar is verder niemand meer bij geweest: die tijd was voor ons vieren. Al die beslissingen namen we op gevoel. Na de crematie hebben we de as op de piano bewaard, want we wisten niet goed wat we ermee zouden doen. En toen raakte ik opnieuw zwanger.

Was je bang op weer zwanger te worden? 
Niet echt. We hadden twee gezonde kinderen en de gynaecoloog zei: ‘de kans dat dit nog een keer gebeurt is nihil.’ Wij hadden er ook alle vertrouwen in. Bij de 20-wekenecho zag het er allemaal goed uit en hoorden we dat het weer een meisje was. Na die echo belde de gynaecoloog wel: ‘het kindje is wat klein en er is geen reden om te denken dat het niet goed is, maar ik wil je graag over drie weken weer zien.’ Bij die volgende controle bleek dat het weer mis was. 

Dat lijkt me gruwelijk ...
Dat was het ook. Ik vind de tweede keer ook niet te vergelijken met de eerste. Het is natuurlijk altijd verschrikkelijk en ik had er zelf de eerste keer heel veel moeite mee, maar ik kon het toch ook relativeren. Ik had twee gezonde kinderen en de medici zeiden dat de kans op herhaling nihil was. Ik denk dat ik me daarop focuste.

Maar toen het weer mis ging, was ik echt de weg kwijt. Als ik daaraan terugdenk … Het was meer overleven dan leven. Ik wilde niemand zien. Alleen de heel dichtbije familie, mijn schoonmoeder, zus en schoonzussen, zijn in het ziekenhuis geweest. Voor de rest ben ik in een cocon gekropen. Hele stukken weet ik niet meer: ik leefde op de automatische piloot. Ik moest voor de kinderen zorgen en dat deed ik ook, maar ik vond het loodzwaar. Ik vond ook de omgang met andere mensen heel moeilijk: sommige waren heel lief en goed, maar soms zeiden mensen dingen waar ik helemaal niets mee kon. Alleen bij mijn vriend en bij de haptonoom kon ik mijzelf zijn. Ik ben een jaar lang bij een haptonoom geweest en als ik bij haar was, kwam alles er uit. Dan kon ik weer even vooruit. 

Hoe heette jullie vierde kindje?
Guusje Jop geboren werd geboren op 6 december 2010. Een week later hoorde de vader van mijn man dat hij niet lang meer te leven had en op 31 december overleed hij plotseling. Hij heette Gijs, dus toen zeiden we: als er nog een kindje komt, noemen we het Gijs of Gijsje. 
Uiteindelijk hebben we Guusje Jop en Gijsje op de verjaardag van mijn moeder samen begraven naast het graf van mijn moeder. 

Hoe heb je in vredesnaam aan de kinderen verteld dat het weer mis was?
We hebben ze opnieuw overal bij betrokken: een bloemenkransje gemaakt en nog een kistje met hun handjes erop. En verder hebben we het gewoon verteld zoals het was. Ik heb er geen mooier verhaal van kunnen maken: het is nog een keer gebeurd. Hoe leg je dat uit aan jonge kinderen? Ik hoop dat dit boekje ouders daarbij kan helpen.

En toen wilde jij dat boekje maken. Kon je dat ook aan? 
Ik denk dat ik al een paar maanden na de bevalling van Guusje Jop dacht: er is eigenlijk helemaal geen materiaal waarmee ik iets kan naar mijn kinderen toe. Vier jaar geleden ben ik voor het eerst begonnen, maar toen merkte ik aan alles dat de tijd er nog niet rijp voor was. Ik denk dat er toch teveel dingen waren die nog geen plek hadden gekregen. Toen ik er anderhalf jaar geleden nog een keer aan begon, klopte het wel. Het kostte wel veel energie, maar het is helemaal geworden zoals ik had gehoopt. 

Beter nog, zelfs. Ik heb een eerste versie van het verhaal geschreven en daar heel slechte tekeningen bij gemaakt. Ik ben geen schrijver en ook geen tekenaar, maar ik had wel een verhaal te vertellen en ik had ook behoefte aan iets wat er niet was. Na een paar mislukte pogingen kwam ik terecht bij Maarten van den Beemt, die heel goed autootjes met een ziel kan tekenen. En Saskia Martens heeft de tekst voor mij herschreven. Ze heeft heel goed geluisterd en de rode draad heel goed vastgehouden. 

Je boek gaat over een familie van auto’s. Waarom heb je daarvoor gekozen? 
Mijn overleden schoonvader werkte zijn leven lang in een Fiatgarage. En toen ik na het overlijden van Gijsje van een specialist in Maastricht hoorde dat ik minder bloedplasma heb, legde hij mij uit: ‘Jouw hart moet harder werken. Je bent qua motor een Fiatje 500 onder de auto’s.’ Door die twee dingen wist ik dat de personages Fiatjes 500 moesten worden. 

De autootjes zijn ons gezin. Het kistje in het verhaal is ook daadwerkelijk het kistje waarin Guusje Jop gecremeerd is. Dus zo zijn er meerdere dingen die het voor ons heel persoonlijk maken, maar iedereen kan het lezen.

Wat wil je met je boek bereiken? 
Ik hoop dat ouders er iets aan hebben om in gesprek te gaan met hun kinderen. En dat ze er hopelijk een beetje moed uit putten. Er kunnen je in het leven heel heftige dingen overkomen, maar soms kun je daar iets positiefs mee doen. Een sprankje hoop dus van de ene moeder voor een andere. 

Je zei dat je met sommige opmerkingen niets kon. Wat moeten mensen niet doen of zeggen?
Dat staat niet in het boekje, want ik wilde het positief houden. Maar één opmerking is mij echt bijgebleven: ‘Ik zag je ook al niet achter een kinderwagen lopen.’ Dat is echt een no go. Sommige dingen kun je niet zeggen, die ondermijnen echt alles. Wat mensen ook niet mogen zeggen: ‘Je hebt gelukkig al twee gezonde kinderen.’ Dat moet je echt niet zeggen tegen iemand die net een kindje verloren heeft. Het kan zijn dat je dat denkt, maar hou dat voor jezelf. Natuurlijk wist ik zelf ook wel dat ik blij mocht zijn dat ik er twee heb. Maar er zijn uitspraken die iemand alleen maar verdrietiger maken.

Wat kun je wel doen of zeggen?
Het maakt niet zoveel uit wat je zegt. Eigenlijk zijn er niet zoveel woorden voor nodig als zoiets gebeurt. Je kan nog beter zeggen: ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen’, of iemand even vastpakken. Het zit niet in de woorden, maar in het gevoel dat iemand er voor je probeert te zijn. 

Hoe waren Guusje Jop en Gijsje in die tussenliggende jaren in jullie gezin aanwezig?
Ze hebben er eigenlijk altijd bij gehoord. Ze zijn onderdeel van ons gezin, maar op een fijne manier.
We hebben een plekje waar we naar toe kunnen en zeker in het begin ben ik daar heel veel geweest. Met de geboortedagen gaan de kinderen altijd mee naar het kerkhof. Dan komt oma ook en familieleden sturen dan een kaartje of een berichtje. 

Je andere kinderen zijn nu 14 en 11. Wat vinden zij van het boekje?
Ze vinden het echt heel mooi. Ze wilden er niet met hun naam in, dus we hebben andere namen gekozen en de kentekens van de auto’s zijn hun geboortedata. Zo hebben we dat heel mooi opgelost, vind ik.
En mijn dochter heeft samen met een paar klasgenoten het decor gemaakt voor de boekpresentatie. 

Wat betekent dit boek voor jouzelf?
Ik denk dat Guusje Jop en Gijsje nu echt een plek hebben gekregen. Dat is een heel lang proces geweest, maar dit boekje maakt dat concreet. Voor mijzelf is het boek ook de erkenning dat mijn dochters er zijn. Niemand heeft mijn kindjes meegemaakt, maar ik wel: in mijn buik. 
Sinds dit jaar kunnen kinderen die vóór de 24e week van de zwangerschap zijn geboren officieel worden geregistreerd en dat hebben we ook gedaan. Ik heb vier kinderen. Twee hier en twee ergens anders.’

Interview: Marijke Verduijn

Dood Opvoeden

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2020 Zin in Opvoeding