zininopvoeding > publicatie.php?nr=25691&stuurdoor=nee

Ik ben Vincent en ik ben niet bang 10+

 

Terug


Enne Koens: Ik ben Vincent en ik ben niet bang 10+

De school gaat uit. ‘Ik spring op, haal mijn tas van het haakje en spurt als eerste naar buiten. Er zijn drie mogelijke routes. Ik neem altijd een andere, maar de jongens zijn zo snel. Ik ben pas twee hoeken omgeslagen als ze me inhalen. Ze grijpen me bij mijn armen. Pakken me mijn tas af. Ze lachen. Ze zijn met z’n vieren vandaag. Ze gooien met mijn trommeltje. [ … ] Ik bid voor Spidermankrachten, maar die wens is nog nooit uitgekomen en ook vandaag blijf ik gewoon mezelf. Ze gooien mijn trommel in de prullenbak. Iemand duwt me, waardoor ik vooroverval en dan zijn ze weg.’ 

Overleven
Naar school gaan is voor Vincent overleven. Dus je kunt maar beter op alles bedacht zijn. Daarom kent Vincent het survivalhandboek uit zijn hoofd en heeft hij altijd een overlevingsblikje met onmisbare spulletjes bij zich. Maar vooral voelt hij zich elke dag – behalve op zaterdag en zondag – onveilig en niet normaal. 
‘Ik weet niet wat eerder begon: dat ik me anders voelde, of dat ze anders tegen me deden. [ … ] Ze roken het, zoals wolven met hun ogen dicht een spoor kunnen volgen. Ze begonnen dingen te zeggen. Ze zeiden dat ik stonk en dat mijn kleren lelijk waren. En ik had natuurlijk kunnen zeggen: hou je bek en kijk naar jezelf, gekke, ranzige smeeraap.  Dat had gekund. Maar dat deed ik niet. Bij mij thuis zeggen we nooit zulke dingen.’

Hartverscheurende dapperheid
Enne Koens tekent met een groot inlevingsvermogen een ontroerend portret van een machteloze en eenzame jongen, die met een hartverscheurende dapperheid elke dag opnieuw met buikpijn naar school gaat. De enige aan wie hij zijn verhaal kwijt kan, is Charlotte, zijn oppas. Niet aan zijn ouders, die veel weg zijn. Zij zouden er maar verdrietig van worden. Ze hebben hem immers al een keer naar therapie gestuurd. Enne Koens beschrijft die ervaring meesterlijk. ‘Ik hoopte dat ze het zou oplossen, dat ze me misschien zou leren vechten, schelden en schreeuwen, dat ze me zou leren normaal te zijn.’ De mevrouw vertelt Vincents ouders dat hij een heel gevoelige jongen is en dat hij dingen soms ook verkeerd opvat. ‘Hoe moet je in je eentje aan drie grote mensen uitleggen dat er dingen gebeuren die je niet anders kunt opvatten dan hoe ze bedoeld zijn? Hoe moet je een stok tegen je hoofd opvatten? Hoe moet je het opvatten als ze je gezicht op de klassenfoto in de gang doorkrassen? Hoe moet je het opvatten wanneer ze hun neus dichtknijpen en zeggen dat je stinkt?’
Als er een nieuw meisje in de klas komt en de klas ook nog op schoolkamp gaat, komt alles in een stroomversnelling en ziet Vincent nog maar één uitweg. 

Zelfbeeld
Het verhaal leest als een trein, met sterke dialogen en rake oneliners en  - ondanks het zware thema - humor. 
Maar de grootste kracht van het boek zit toch in de beschrijving van Vincent en hoe het pesten niet alleen zijn dagen, maar ook zijn zelfbeeld kleurt. ‘Ik wilde dat ik iemand anders was. Niet mezelf. Iemand die weet wat hij moet zeggen en weet wat hij moet doen.’ Hoe hij in zijn hoofd de stemmen hoort van vier fantasiedieren, voor wie hij een vriend en held is. En hoe hij probeert te begrijpen waarom hij wordt gepest. ‘Ben ik echt raar? Is het waar dat ik stink? [ … ] ‘Ik probeer dat niet te denken, maar ik denk wel dat het komt door hoe ik ben. [ … ] Maar hoe ben ik dan precies? En waarom is dat zo erg?’  

Het boek is prachtig vormgegeven en geïllustreerd door Maartje Kuiper. 

Tekst: Marijke Verduijn

Enne Koens: Ik ben Vincent en ik ben niet bang
Luitingh-Sijthoff 2017
€ 15,99

 

Pesten

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2019 Zin in Opvoeding