zininopvoeding > publicatie.php?nr=25690&stuurdoor=nee

'Hebben we het goed gedaan?'

 

Terug


Joke woonde nooit samen met de vader van haar kinderen. 'Ons motto was: we wonen niet bij elkaar, maar we horen wel bij elkaar.' Voor haar was dat goed. Maar de kinderen zijn er best kritisch over. 'Ze zeggen wel eens: jullie hebben er wel een zootje van gemaakt.

‘Ik heb altijd alleen gewoond met mijn twee dochters van nu 22 en 18. In een eerdere relatie had ik gemerkt dat samenwonen mij heel slecht bekomt: ik vond het moeilijk zo dichtbij iemand te wonen. En het leek me ook een hele klus om voor een baby’tje te zorgen, want ik werkte fulltime.  
Dus toen ik een nieuwe liefdesrelatie kreeg en wij graag kinderen wilden, ben ik heel dicht bij mijn partner gaan wonen en spraken we af dat onze kinderen de ene week bij hem zouden zijn en de andere week bij mij. Op het geboortekaartje van onze oudste dochter staan ook twee adressen en twee wiegjes. 
 
Naïef
Achteraf gezien was dat misschien een beetje naïef. Misschien had het te maken met mijn geboorte als moeder, maar bij mij groeide het besef dat het voor het kindje niet zo goed zou zijn. En als ik heel eerlijk ben, wilde ik het ook graag bij me houden. Mijn partner vond dat gelukkig goed, maar het was wel tegen de afspraak in. Natuurlijk heeft dat later wel gesprekken opgeleverd: we hadden het toch anders bedacht. Als ik voor mezelf spreek, is het heel goed geweest, maar ik vraag me wel af of we er voor de kinderen goed aan hebben gedaan. 

Traditie
Het was geen strak regiem: ze woonden in mijn huis, maar gingen regelmatig naar hun vader en we aten ook wel samen. En vanaf dat ze een jaar of drie waren, waren ze eens in de twee weekenden bij hem. Later kwam hij hen morgens vroeg vaak naar school helpen. En op hun verjaardag was de traditie dat we bij mij thuis samen aan hun bed voor hen zongen. Ons motto was: we wonen niet bij elkaar, maar we horen wel bij elkaar. Dat ging eigenlijk heel goed en op de basisschool hebben ze er nooit last van gehad. 

Ingewikkelder
Toen hun vader en ik uit elkaar groeiden en van een liefdesrelatie geen sprake meer was, werd hij opnieuw verliefd. Toen werd het ingewikkelder en in die tijd hadden we ook wel ruzies. Dat was moeilijk, maar ik vond het ook heel fijn dat ik me dan in mijn eigen huis kon terugtrekken. Dat leek me ook goed voor de kinderen: ik realiseerde me dat bij andere scheidingen kinderen vaak met die ruzies worden geconfronteerd. 

Ik dacht dat het voor de kinderen minder erg was dan een ‘gewone’ scheiding. Hun vader kreeg iets met een vrouw die ze kenden en die vertrouwd was. Ik dacht: mooier kan het eigenlijk niet. Maar toch bleek het voor hen heel ingrijpend. Daardoor heb ik me gerealiseerd dat een scheiding altijd heel ingrijpend is voor kinderen. Het is voor kinderen heel erg als de liefdesrelatie waaruit ze zijn geboren stopt. Het existentiële besef: ‘wij horen bij elkaar’ was voorbij. 

Pijnlijk
Toen de oudste zestien was, ging ze steeds vaker naar haar vader. We hebben het er nooit expliciet over gehad, maar er gingen steeds meer tassen naar het andere huis en uiteindelijk ging ze daar wonen. Dat had ermee te maken dat haar vader haar meer ruimte gaf en dat hij beter over gevoelens kan praten. Dat is misschien wel zo, maar ik vond het ook pijnlijk. Ook dat het zonder expliciete mededeling ging. Ik zag het gebeuren, maar het was geen onderwerp van gesprek. En ik voelde het als een afwijzing. Op haar zeventiende verjaardag ging ik naar het andere huis om daar aan haar bed te zingen.

De kinderen zeggen wel eens: jullie hebben er wel een zootje van gemaakt. Vooral de jongste was graag opgegroeid in een gewoon gezin. Ze wil het zelf ook echt anders doen. Ik ben er niet zo van overtuigd dat mijn kinderen het beter hadden gehad in een gewoon gezinnetje. En ik had dat heel moeilijk gevonden. Ik weet niet of ik het goed heb gedaan. Ik weet wel dat ik er keihard voor heb gewerkt en er nog iedere dag keihard aan werk. Maar ja, zegt de jongste: dat is wel het minste. Dat raakt me wel. Gelukkig zeggen ze ook heel vaak dat ze veel van me houden. 

Band
Aan de ene kant ben ik blij dat we soms van die heftige gesprekken hebben: ze hoeven het niet op te kroppen. En ik benadruk altijd: we hebben allebei heel veel van jullie gehouden en we houden nog steeds heel veel van jullie. Ik word soms ook wel een beetje moe van al die heftige gevoelens, maar dat deel ik vast met veel andere ouders van pubers. 

Onlangs vierden we de achttiende verjaardag van de jongste. Met z’n allen in het huis van haar vader, met zijn nieuwe vrouw en hun dochters. Ze hebben een extended family met een stiefmoeder en halfzussen waar ze een goede band mee hebben en een voorbeeld aan hebben. De nieuwe partner van hun vader is heel lief en zorgzaam voor ze. En met mij gaat het goed. Ik heb een nieuwe relatie, en ook de band tussen de kinderen en hem is heel goed. Dat zijn allemaal dingen waardoor ik denk dat het nog niet zo gek is gegaan.

Vertrouwen
Ik denk dat we als gezin nog wel hobbels tegen zullen komen, maar ik heb er nu meer vertrouwen in dat het zich ook wel weer voegt als je oprecht van elkaar houdt. Dat vertrouwen had ik wel graag eerder in de opvoeding willen hebben: dan had ik minder zorgen gehad en minder schuldgevoel. Ik voel me soms een beetje schuldig, omdat ik degene was die het zo wilde. Ik werkte fulltime en zat wel eens op het randje. Terwijl ik ook heel goed weet dat ik het op basis van verantwoordelijkheidsgevoel en uithoudingsvermogen veel langer heb volgehouden dan als we hadden samengewoond. 

Levensvreugde
Gelukkig gaat het heel goed met mijn dochters. Maar als dat niet zo zou zijn, zou ik snel denken dat het door de opvoeding komt. Ik volg ze met extra zorg: komt het wel goed met ze? Kunnen ze een relatie aangaan? Kunnen ze gelukkig worden – in een relatie of alleen? 

Wat me met mijn keuze zou kunnen verzoenen? Dat ze worden wie ze zijn en dat ze daar blij mee zijn. Ik weet dat er verdriet op hun pad zal komen. Ik hoop dat ze daar levenslust en levensvreugde tegenover kunnen stellen. Ik hoop eigenlijk vooral dat ze blij zijn dat ze er zijn. Ik zeg ook wel eens: jullie hadden in een gezin kunnen opgroeien, maar dan waren wij niet jullie ouders geweest.’

Interview: Marijke Verduijn
Illustratie: Praktijk de Pleisterplek, Houten

Opvoeden Eigen weg

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2019 Zin in Opvoeding