zininopvoeding > publicatie.php?nr=25678&stuurdoor=nee

Maak ze nieuwsgierig

 

Terug


Bette Westera: Maak ze nieuwsgierig
 
‘Kinderen zijn van nature nieuwsgierig, maar als ze naar school gaan, leren ze hoe ‘dingen zijn’: 1 + 1 = 2.
Het is belangrijk dat ze, als ze groter worden, nieuwsgierig blijven naar alles wat ze op hun levensweg tegenkomen. Naar hun omgeving, de beweegredenen van anderen en naar hun eigen beweegredenen: waarom doe je wat je doet? 

Waarom is dat belangrijk? 
Omdat je dan soms andere dingen ziet dan je zou zien als je die nieuwsgierigheid blokkeert. En omdat je zo zelf ontdekt wat wel en niet goed is. Natuurlijk leef je als vader, moeder of schrijver vóór wat je denkt dat goed of fout is, maar kinderen kunnen ook zelf leren reflecteren op hun gedrag: wat doe ik en hoe komt dat?

Mijn zoon kon dat als kind al heel goed. Het was een driftige kleuter en tijdens zo’n driftbui kon ik niets met hem. Maar als ik ’s avonds aan hem vroeg: “Wat gebeurde er nu vanmiddag?”, kon hij het haarfijn uitleggen: “Ik wilde iets, jij luisterde niet en toen ging ook nog de deurbel. En toen werd ik boos.”

Die reflectie kun je kinderen leren. Bijvoorbeeld door te vragen: “Wat gebeurde er met je?” En door te benoemen wat bij jezelf gebeurde: “Ik vroeg je je speelgoed op te ruimen en ik was al moe en toen begon jij tegen de stoel te schoppen en maakte je juist nog meer rommel. En toen ontplofte ik.” 

Ik herinner me dat mijn zoon een jaar of 14 was en over een vriendje zei: “Ik weet het niet: als ik met hem in de stad ben en er staat een container, dan geef ik er een trap tegen. Met mijn andere vriend doe ik dat nooit.” Ik stimuleerde hem om over die vriendschap na te denken. Maar ik zou niet snel zeggen: je mag niet meer met hem spelen. 

Hoe kunnen ouders en docenten die nieuwsgierigheid blijven prikkelen?
Het is heel belangrijk je bewust te zijn van je eigen waarden. Als ouder moet je allereerst jezelf bevragen: wat vind ik belangrijk in het leven? Vervolgens kun je je kinderen vragen stellen in plaats van altijd maar antwoord te geven. “Hoe kom je daar op?” “Waarom houdt dat je bezig?” “Wat denk je zelf?” “Ik weet het niet, maar zullen we het samen onderzoeken?” Dan gaan kinderen nadenken: waarom is dat eigenlijk zo? Wat vind ik? En wat vind ik belangrijk?

Daarbij speelt nieuwsgierigheid – naar jezelf en naar anderen –  een belangrijke rol. We moeten de nieuwsgierigheid en de ontvankelijkheid wakker houden: onszelf openstellen voor dingen die we nog niet weten.

Zijn er grenzen aan nieuwsgierigheid?
Ja, natuurlijk zijn er grenzen. Als mijn kinderen zouden willen experimenteren met harddrugs, zou ik er voor gaan zitten en het hebben over de consequenties. In de hoop dat ze zelf tot de conclusie komen dat sommige experimenten gevaarlijk zijn. Ik heb ze ook geen alcohol gegeven vóór dat legaal was. 

Hoe stimuleer jij nieuwsgierigheid in je boeken?
Door kinderen mee te nemen in een verhaal rond een hoofdpersoon die nieuwsgierig en avontuurlijk is en daardoor net iets meer durft dan in het gewone leven. Een jongetje dat piraat wil worden, bijvoorbeeld. Iedereen zegt: dat kan helemaal niet. Maar een piratenkapitein nodigt hem uit midden in de nacht ergens te gaan staan, want dan komt hij hem ophalen. Hij moet dan beslissen: doe ik dat? Durf ik dat? 

Als ik dat zo kan schrijven dat kinderen dat jongetje volgen in zijn nieuwsgierigheid, gaan ze door zijn ogen naar de wereld kijken. Daardoor wordt hun wereld groter. Ik probeer in mijn boeken de wereld van kinderen groter te maken dan hij in hun beleving is. Niet als probleem, of als iets extra leuks, maar als gegeven. 

Ik heb een prentenboek geschreven over een meisje dat een teckel krijgt van haar twee vaders, pappa Pablo en pappa Pim. Die twee vaders accepteren kinderen gewoon, ook al hebben de meeste kinderen in hun omgeving een vader en een moeder. Als ik het verhaal voorlees aan mijn kleinzoon, vraagt hij alleen maar: “Welke pappa is nou pappa Pablo?” 

Leven we in een nieuwsgierige maatschappij? 
Ik denk dat het lastig is dat je alles kan opzoeken. Want als je iets weet, wat weet je dan eigenlijk? Ik denk dat het gesprek over iets vaak veel belangrijker is dan kennis erover. 

Blijf kinderen vragen: “Wat zou het kunnen zijn? Ik denk dat het zo en zo zit, maar misschien heb ik ongelijk. Hoe denk jij dat het zou kunnen zitten?” 

In één van mijn boeken is de opa overleden en vraagt het kind: “Waar is opa nu? Ome Jan zegt dat hij in de hemel is, maar ome Cor zegt dat de hemel niet bestaat.” Dan kun je zeggen: “Ik denk zelf dat opa in de hemel is, maar misschien heeft ome Cor wel gelijk. Of omgekeerd. Vraag hem eens hoe hij de hemel dan ziet. En wat denk je zelf?” Een kind moet de ruimte krijgen anders te denken dan jij, zonder dat je je eigen kader verloochent. 

Ik ben grootgebracht in een vrijzinnig protestants gezin. Dat heeft beïnvloed hoe ik in het leven sta. Ik heb daar ook nog steeds iets mee, al is het absoluut anders dan 50 jaar geleden. 

Wat heb je aan die opvoeding overgehouden?
Liefde voor verhalen. In mijn jeugd hoorde ik veel Bijbelverhalen. Ik kreeg alle ruimte om daar vragen over te stellen en mijn ouders vertelden mij dat het niet zozeer ging om ‘waar’ of ‘niet waar’, maar om de betekenis van de verhalen in hun historische context. Dat was waardevol, maar ook heel rationeel. Dus toen ik een jaar of twintig was, wilde ik die verhalen nader bestuderen: wat heb je er dan nu aan? 

Toen ontdekte ik dat Bijbelverhalen gaan over dilemma’s en levensvragen, die in elke cultuur worden aangereikt. De hang naar veiligheid én de nieuwsgierigheid naar het avontuur. Erbij willen horen, maar ook je eigen koers bepalen. Hoe geef je je leven betekenis? Wat is er tussen hemel en aarde? Kinderliteratuur is betekenisvol als die grote vragen er in zitten.’ 

Interview: Marijke Verduijn
Foto: Han de Bruin 

Bette Westera is kinderboekenschrijver. Ze debuteerde met de kinderbijbelserie Heb je wel gehoord (1995), die ze samen met haar moeder, die predikante was, schreef. In 1999 verscheen haar eerste prentenboek, getiteld Wil je met me trouwen
Het prentenboek Een opa om nooit te vergeten werd bekroond met een Vlag en Wimpel 2001, Golden Apple of Bratislava, Sankei Children’s Book Award en de Grand Prix for the Best Book. Voor Doodgewoon – een bundel kindergedichten over de dood –  kreeg Westera in 2015 de Woutertje Pieterse Prijs en de Gouden Griffel. Voor Was de aarde vroeger plat? kreeg ze in 2018 de Zilveren Griffel in de categorie poëzie.

Lees ook de eerdere bijdragen aan de rubriek Wat moeten we onze kinderen meegeven
Ralf Bodelier: Hoop en optimisme
Karel Eijkman: 'Heb de moed tegen de stroom in te gaan'
Pim Lammers: Leer ze hoe de wereld in elkaar zit
Rindert Kromhout: 'Blijf altijd zelf nadenken'
Stine Jensen: 'Je mag alles voelen wat je wil'
Daan Roovers: Liefde voor de wereld
Jetse Batelaan: Vertrouwen

Boeken Opvoeding

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2019 Zin in Opvoeding