zininopvoeding > publicatie.php?nr=25596&stuurdoor=nee

De 6 valkuilen van het stiefgezin

 

Terug


De 6 valkuilen van het stiefouderschap

Makkelijk is het niet: samen een stiefgezin vormen. Het is wennen en kost tijd én geduld.
Het kan een beetje helpen de meest voorkomende valkuilen te herkennen …

1. Verliezen

Het overlijden van een ouder of een echtscheiding is een groot verlies voor een kind. Bij een overlijden is dat verlies er iedere dag. Bij een echtscheiding mist het kind de ouder die niet aanwezig is. Dit basisverlies geeft ook verlies op andere terreinen, zoals

* verlies van het vorige gezin
Door een scheiding of overlijden verliest een kind de dagelijkse omgang met beide ouders.

* verlies van veiligheid en vanzelfsprekendheden
Een scheiding of een overlijden kan kinderen schaden in hun basisvertrouwen. Soms brengt een scheiding of een overlijden ook een verhuizing met zich mee. Dan verliest een kind ook nog eens de vanzelfsprekende veiligheid van een buurt, school of vriendenkring.
En als een scheiding of een overlijden betekent dat er minder geld is, dan verliest een kind een vorm van welvaart die vanzelfsprekend leek te zijn.

* (angst voor) verlies van liefde en aandacht
Soms heeft een ouder zich na de scheiding of het overlijden een tijdlang meer op de kinderen gericht. Voor de kinderen was dat vaak heel fijn. Zij kunnen bang zijn of merken dat de aandacht en liefde van hun biologische ouder zich meer richt op de nieuwe partner. Ze kunnen het ook moeilijk vinden hun ouder te zien knuffelen met ‘een ander.’

* verlies van hoop
Kinderen zijn vaak loyaal naar beide ouders. Vaak ook blijven ze heel lang hopen dat hun ouders weer bij elkaar komen. Als iemand anders de positie van hun overleden of ‘afgewezen’ ouder inneemt, wordt die hoop de bodem ingeslagen. Als kinderen hierover niet goed kunnen of durven praten, kunnen ze dit uiten in ongewenst gedrag. Omdat ze hun ouder vaak willen sparen, kan dit gedrag zich richten op de stiefouder.

* verlies van familie en vrienden
Soms raken kinderen door een scheiding of een overlijden ook andere vertrouwde mensen kwijt, zoals hun opa of oma, andere familieleden of vrienden van hun ouder(s).

2. Verschil bloedband en stiefband

Een bloedband is een onvoorwaardelijke relatie. Een stiefouder heeft een voorwaardelijke relatie met een stiefkind.
Vanuit de bloedband
* ziet een ouder minder fouten van het kind
* heeft de ouder meer energie voor het kind
* verdedigt de ouder het kind bij kritiek
* is de ouder trouw aan het kind en blij het te zien
Vanuit een stiefband
* ziet de stiefouder meer fouten van een kind
* is de stiefouder niet altijd net zo blij het kind te zien als de biologische ouder
* heeft de stiefouder meer kritiek op het kind
* voelt de stiefouder zich eerder afgewezen
Dit verschil kan nieuwe partners uit elkaar drijven.
Na verloop van tijd kan een stiefband een onvoorwaardelijke relatie wel benaderen.
3. Verstoorde verwachtingen

Twee mensen die samen verder willen, zijn vaak – zeker als er kinderen in het spel zijn – sterk gemotiveerd om dat zo goed mogelijk te doen en niet te vervallen in oude patronen. Maar de praktijk kan weerbarstig zijn.
De kinderen zijn niet verliefd en moeten voor hun gevoel veel inleveren. Hierdoor vragen ze vaak extra tijd en aandacht. Dit kan de nieuwe partner weer het gevoel geven dat juist hij of zij moet inleveren.

Ouder en stiefouder kunnen het gevoel krijgen het nooit goed te kunnen doen: bij elkaar én voor de kinderen. Zo kunnen ze steeds onzekerder worden. Soms richten ze hun frustratie en onmacht niet op zichzelf, maar op de partner, de kinderen, de ex-partner of de familie van de overleden partner.

Als de verwachtingen rond de nieuwe relatie worden verstoord, kunnen oude pijn, kwetsuren of onzekerheden weer pijnlijk bovenkomen.
4. Verdeelde loyaliteiten

De biologische ouder zit vaak in een spagaat tussen de kinderen en de nieuwe partner en kan verscheurd raken als die andere dingen willen of niet goed met elkaar overweg kunnen. Kiezen vóór de één kan een conflict betekenen met de ander. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de komst van een stiefouder leidt tot nieuwe regels in het gezin.

Woordspelingen, grapjes en een gedeeld verleden geven een sterke band. Hierdoor kan de stiefouder zich een buitenstaander voelen.
Dit kan ook spelen als kinderen zich heel loyaal tonen aan of kiezen voor de andere ouder. Bijvoorbeeld, omdat zij die zien als slachtoffer van de situatie. En zeker als een ouder is overleden, kan de loyaliteit heel sterk zijn en zich ook uitbreiden tot de spullen van de overleden ouder.

5. Verschillende opvoedstijlen
Een stiefgezin moet vaak twee verschillende opvoedstijlen ‘ritsen’ tot één nieuwe. Dit is behoorlijk lastig, want ieder gezin heeft eigen rituelen en tradities rond feest- en verjaardagen en andere gelegenheden en wil die graag vasthouden.

Vaak hecht de ene nieuwe partner meer waarde aan regels en structuur dan de andere nieuwe partner. Een kind dat wat vrijer is opgevoed, kan in opstand komen tegen de nieuwe regels.
Een valkuil kan zijn dat één van de twee partners of de kinderen wil(len) vasthouden aan de opvoedstijl van het vorige gezin. Ook stiefouders zonder kinderen kunnen vasthouden aan de stijl van het gezin waarin ze geboren zijn.

‘Ritsen’ lukt alleen als je veel met elkaar praat en je je in de ander probeert in te leven. Er moet ruimte zijn om wensen op tafel te leggen, te onderhandelen. Soms moet er ook worden opgetreden, maar dit werkt alleen als dit is gericht op onderling begrip en de behoefte samen resultaat te boeken.
Kinderen hebben het nodig dat hun ouder en stiefouder zich inleven in hun situatie, begrip tonen, rustig en duidelijk communiceren en geduld hebben.

Het kan 4 tot 7 jaar duren voor een stiefgezin zich een beetje een gezin begint te voelen.
6. Verminderde controle

Een nieuw samengesteld gezin kan (vrijwel) nooit een traditioneel gezin/kerngezin worden. Als er co-ouderschap of een bezoekregeling met het gezin van de andere ouder, verliezen beide ouders aan grip en controle op de tijden dat hun kind in het andere gezin is.
Voor de kinderen betekent het dat zij moeten dealen met verschillende levensstijlen en met verschillende posities: in het ene gezin kunnen ze de oudste zijn, in het andere gezin de op een na jongste.

Dit kan voor ouders én kinderen erg verwarrend zijn en een gevoel van onveiligheid geven. En dat kan weer stress en irritaties geven.
Daar bovenop kan ruzie of weerstand tussen de ex-partners (en hun nieuwe partners) maken dat de kinderen ‘ertussen’ komen te zitten en reageren met onaangepast gedrag.
Invloed van de ex-partner via kinderen
Na echtscheiding kan de andere ouder door negatieve verhalen over de stiefouder en ouder of door een hoge alimentatiedruk veel invloed uitoefenen op een kind. Doordat kinderen alles van vroeger koesteren, kan een overleden ouder grote invloed blijven uitoefenen.

Invloed van familie na overlijden.
De familie van de overleden ouder kan de opvoeding en het welzijn van de kinderen scherp in de gaten houden. Als de familie zich te beschermend of te kritisch opstelt, kan dit de ontwikkeling van het nieuwe gezin vertragen.

Tekst: Marijke Verduijn
Bron: http://www.nieuwgezin.info/?page_id=223

Opvoeden Stiefgezin

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2019 Zin in Opvoeding