zininopvoeding > publicatie.php?nr=25595&stuurdoor=nee

Lieve Stine, weet jij het? 20 vragen over leven 10+

 

Terug


Ivo (10) kan niet zo goed tegen zijn verlies. Zijn vader moedigt hem bij tafeltennissen bloedfanatiek aan, maar als Ivo heeft verloren, zegt hij altijd : ‘Het is maar een spelletje.’

Roos (11) kreeg een Barbie van haar oma, maar vindt Barbies niet meer zo leuk. Haar oma had het wel door, want ze vroeg: ‘Vind je het echt leuk, of wil je het bonnetje?’ Maar Roos bleef zeggen dat ze er blij mee was. Waarom deed ze dat?

Caroline ging aan de haal met een idee van Jessica (11) en haalde daar een 9 mee. Mag Jessica wraak nemen?

Manal (12) gaat volgend jaar naar de middelbare school en vraagt zich af hoe dat zal gaan. Haar moeder zegt dat ze gewoon zichzelf moet blijven. Maar wie is ze eigenlijk zelf?

En Ruben (11) vraagt zich af: kunnen baby’s en kinderen van nu later crimineel worden? Zijn ze dan 100% slecht, of zouden ze ook zijn vriend kunnen zijn? Kan hijzelf ook slecht worden? Hoe word je dat eigenlijk? Of is iedereen een beetje slecht?

Zomaar vijf van de “20 vragen over het leven”, die Stine Jensen op een meesterlijke manier beantwoordt.

Een dief, maar geen slecht mens
‘Ik ken een crimineel’, antwoordt ze Ruben bijvoorbeeld. ‘Vroeger beroofde hij banken, maar nu geeft hij juist voorlichting.’ En dan vertelt ze hoe haar kennis crimineel is geworden. Maar ook over illegaal downloaden (‘dan ben je een dief, maar niet meteen een slecht mens’). Ze vertelt over het Stanford-gevangenisexperiment, waarin studenten de rol van bewaker of gevangene kregen en hoe dat uit de hand liep. Hoe de joodse filosofie Hanna Arendt tot de conclusie kwam dat oorlogsmisdadigers doodgewone mensen waren. En hoe de filosoof Jeremy Bentham een gevangenis bedacht, waarbij gevangenen niet konden zien of de bewaker er wel of niet was – en ze dus zichzelf in de gaten moesten houden. Dat doet ze in begrijpelijke taal en altijd met een opsteker aan het eind. Zo zei de boef die ze kent dat hij best een kick kreeg van het stelen, maar dat hij nu verstandiger manieren weet om spanning op te zoeken. ‘Nu gaat hij vaak wandelen in de bergen, terwijl hij hoogtevrees heeft. Kijk, zo kan het dus ook.’

Trouw zijn aan jezelf
En aan Manal schrijft ze: ‘Goede vraag: hoe weet je nu precies wie je bent? Hoe zou jij jezelf omschrijven als iemand aan je vraagt: wie ben jij? Probeer het maar eens.’ dan gaat ze na waar jezelf-zijn mee te maken heeft. Met trouw zijn aan jezelf: dat je dingen zegt en doet die je zelf wil en niet omdat anderen dat willen. Met wat je écht fijn vindt om te doen, dus met je smaak. Ze vertelt wat de filosofen Rousseau en Foucault erover dachten. En constateert ze dat we tegenwoordig veel meer bezig zijn met wie we zijn dan onze opa’s en oma’s. En dat dat te maken heeft met meer keuzevrijheid, maar ook met de social media, die maken dat we ons heel bewust zijn geworden van hoe we over komen.
Voor haarzelf was het een hele klus zichzelf te zijn: ze is namelijk de helft van een eeneiige tweeling. Haar opsteker: jezelf zijn leer je vooral door om te gaan met anderen. En er tegelijkertijd voor te zorgen dat je jezelf niet ‘verliest’ en ‘bij jezelf blijft’. Daar kan je mee experimenteren. En wees gerust: weten wie je bent gaat niet van de ene op de andere dag. Zij weet het zelf soms nog steeds niet zeker.

Wie wraak neemt, staat alleen
Wijze filosofen als Francis Bacon of Kant raden wraaknemen doorgaans af. En in onze maatschappij hebben we rechters en politie aangesteld, omdat wraak nemen vaak veel schade oplevert. Maar soms jeuken je handen. En daar vindt Stine Jensen Jessica’s situatie wel een goed voorbeeld van. Maar wie wraak neemt, staat ook heel alleen. Misschien kan Jessica tegen Caroline zeggen dat ze haar graag even wil spreken met de juf erbij. ‘En dan nog iets: ergens kun je er trots op zijn dat je zo’n goed idee had. Zij niet. Zij moest het doen met een geleend idee. En op de lange termijn kom je daarmee niet zo ver en ben jij degene met de leuke ideeën!’

Sport of spel?
Nog eentje dan. Stine heeft vroeger zelf ook getafeltennist. Maar ze was er niet zo goed in: ze verheugde zich vooral op de Snickers in de pauze. Maar nu kan ze wel haarfijn uitleggen waarom het gedrag van Ivo’s vader inderdaad verwarrend is en waarom het best moeilijk is om een wedstrijd als spel te blijven zien.
Johan Huizinga zei al dat mensen bij het opgroeien steeds minder ‘homo ludens’ worden, maar hij vindt het wel belangrijk dat mensen blijven spelen zonder dat het ergens goed voor is. Gewoon omdat het fijn is om te spelen.
Misschien kan Ivo zijn vader eens uitnodigen voor een tafeltenniswedstrijdje en hem inmaken. ‘Kan je daarna met een knipoog zeggen: ‘Het is maar een spelletje, hoor pappa! Ook van verliezen leer je heel veel … ‘

Zilveren Griffel
Zo bespreekt ze in totaal 20 vragen, zoals ‘wie is de baas over mijn leven?’, ‘moet kunst mooi zijn’, ‘hoe jongensachtig en meisjesachtig ben ik’ en ‘wie zijn mijn echte vrienden?’

Een rijk en prachtig boek, dat terecht de Zilveren Griffel 2015 won. Een absolute aanrader voor wie met een kind wil praten over het leven.

Wil je zelf ook een vraag over het leven stellen aan Stine Jensen? Dat kan en wel hier.
Er is ook een lesbrief bij het boek. Die kan je downloaden op de site van de uitgeverij.

En waarom liegt Roos? Omdat ze haar oma niet wilde kwetsen. En dat is eigenlijk heel mooi: zo'n leugentje om bestwil. Maar kennelijk niet helemaal overtuigend ... 

tekst: Marijke Verduijn

Lieve Stine, weet jij het? 20 vragen over het leven
Uitgeverij Kluitman
€ 14,99

Levensvragen filosofie

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2019 Zin in Opvoeding