zininopvoeding > publicatie.php?nr=25478&stuurdoor=nee

Een huisdier als steun in het leven

 

Terug


Eerst even een eigen ervaring: mijn dochter was zeven en wankel in de omgang met andere kinderen. Het konijntje dat ze op haar vijfde verjaardag kreeg ('Is die echt?' Grote broer: 'Nee, we halen de batterijen er straks weer uit') was lief en welkom geweest, maar met het jonge poesje, dat ze zelf voor haar 7e verjaardag had mogen uitzoeken, was ze uren bezig. Ze voedde het heel serieus op - met alle aspecten van dien: liefde, zorg en verantwoordelijkheid. Dat gaf een boost aan haar zelfbeeld. Vlekkie (ja, ze mocht ook de naam zelf uitkiezen - ze keek later wat beschaamd op die uitkomst terug) zorgde ook voor sloten klasgenoten die allemaal langs wilden komen. En dat gaf haar een zekere positie.

Nu, jaren later, weet zij het heel zeker: Vlekkie is heel erg goed voor haar geweest. In heel veel opzichten. En jaren later weet ook ik zeker: ja, ik draaide grotendeels voor de dagelijks verzorging op. Maar het was absoluut de moeite waard. 
 
Dieren zijn belangrijk voor kinderen. Menig knuffeldier helpt een kind door een logeerpartij heen. Een huisdier schijnt goed te zijn voor het zelfvertrouwen, de empathie en de gezondheid van een kind. En dieren kunnen kinderen iets leren over het leven, liefde en verlies.
Is dat zo? Er is nog niet heel veel onderzoek naar de invloed van een huisdier op de ontwikkeling van een kind. Maar er is zeker iets over te zeggen. Dit artikel zet een paar uitkomsten op een rij.

Zelfvertrouwen en zelfbeeld
Dieren kunnen een kind helpen om zich veilig te voelen. Een dier kan steunpilaar en speelkameraad zijn en een kind helpen zijn energie kwijt te raken, op ontdekking te gaan en zich veilig te voelen in onbekende situaties.

Uit onderzoek blijkt inderdaad dat kinderen met een huisdier meer zelfvertrouwen hebben,  weerbaarder zijn en soms minder psychische klachten hebben. Dit kan doorwerken in het zelfbeeld als volwassene.

Met een huisdier leg je makkelijker contact: kinderen vinden het vaak leuk om te spelen bij klasgenootjes die huisdieren hebben. 

Met een huisdier kan je ook makkelijker contact leggen: klasgenoten vinden het leuk om te spelen bij klasgenootjes die huisdieren hebben. En dieren in de klas zorgen voor meer sociale interactie en minder agressie.

Als je het kinderen zelf vraagt, zeggen zij dat zij het leerzaam vinden om een huisdier te hebben, er blij van worden, zich op hun gemak voelen en onvoorwaardelijke liefde krijgen van hun dier. Een kind kan al zijn gevoelens met zijn dier delen, omdat het niets doorvertelt en niet oordeelt.

Puberteit
Vooral in het begin van de puberteit hebben huisdieren veel invloed. Misschien omdat pubers meer verantwoordelijkheid krijgen voor hun dier. Of ook omdat pubers meer problemen hebben en onzeker zijn.

Inlevingsvermogen
Door de zorg voor een huisdier leert een kind dat iedereen behoeftes en gevoelens heeft. Dat hangt wel af van de band met het dier (hoe sterker de band, hoe meer inlevingsvermogen), de leeftijd (inlevingsvermogen moet groeien) en het soort dier (vooral honden en katten lijken dit op te roepen).

Leren over het leven
Huisdieren leren kinderen ook dingen over het leven. Bijvoorbeeld over voortplanting en geboorte, ziekte, ongelukken en dood. Voor veel kinderen is het doodgaan of kwijtraken van een huisdier de eerste ervaring die ze hebben met de dood en met rouw. Ze kunnen zo leren dat de dood onomkeerbaar is: dode dieren komen niet terug. En dat de dood onontkoombaar bij het leven hoort: dat kan enorm veel pijn doen, maar die pijn wordt uiteindelijk minder. Een kind kan ook leren dat de dood van iemand of iets waar je van houdt schuldgevoelens kan oproepen, maar dat je die ook een plek kan geven.

Hersenen
Op dit gebied is minder onderzoek gedaan. Wel blijkt dat kinderen met een huisdier soms sneller gaan praten, omdat het dier zowel een goed publiek vormt als een uitdaging om te praten: ‘Nee, Fikkie, dat mag niet!’. Of: ‘Goed zo, Fikkie!’
En omdat kinderen – net als volwassenen, trouwens – beter leren en onthouden over onderwerpen waarbij zij zich betrokken voelen, worden dieren soms bij een lesprogramma betrokken.

Gezondheid
Een dier kan ook een positieve invloed hebben op de gezondheid. Alleen al het aaien van een huisdier verlaagt de hartslag en de bloeddruk. En die vieze poten en likken kunnen ook goed zijn voor het immuunsysteem - en allergieën voorkomen. Maar dat hangt ook af van genen en het soort dier.

Begeleiding
Kinderen die veel steun van hun ouders krijgen, kunnen ook beter steun van een dier ontvangen. En om goed voor een huisdier te kunnen zorgen, moet een kind het goede voorbeeld krijgen van zijn ouders. De ouders moeten altijd de eindverantwoordelijkheid op zich nemen. 

Mogelijke nadelen
En zijn er dan helemaal geen nadelen? Natuurlijk wel. Denk alleen maar aan het verdriet als een huisdier dood gaat, de frustratie over de verplichte verzorging, de teleurstelling als een dier toch niet zo leuk is als je had gedacht, of de zorgen als een dier ziek, gewond of kwijt is. En als het kind de eindverantwoordelijkheid krijgt toegeschoven, kan het een dier als negatief gaan zien en het gevoel krijgen dat het dier er voor zorgt dat het kind in de problemen komt, of iets niet goed genoeg doet. Het is niet verkeerd een kind verantwoordelijkheid te geven, maar die moeten wel aansluiten bij zijn of haar leeftijd en wat zij of hij kan.
En dan zijn er natuurlijk nog de risico’s van ziektes die een dier op de mens kunnen overdragen, allergieën en risico’s op bijten of krabben …

En is dit nu echt waar allemaal?
Wat was er eerst: de kip of het ei? Nemen meer sociaal ingestelde gezinnen sneller een huisdier of zorgt het huisdier voor meer sociale contacten? En heeft een kind uit een hecht gezin – los van een huisdier – misschien vaak een beter zelfbeeld dan een kind uit een afstandelijk gezin? Allerlei onderzoeken proberen wel al deze factoren mee te nemen door grote groepen kinderen langere tijd te volgen en ook in te delen op bijvoorbeeld gezinssituatie. Vaak levert dat toch steeds deels dezelfde positieve effecten op. 

En die zijn kortweg: een huisdier is  zowel een verantwoordelijkheid als een vriend. En kinderen die opgroeien met een huisdier hebben over het algemeen meer zelfvertrouwen, inlevingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel en zijn als volwassene vaak sociaal vaardiger. Die voordelen gelden voor alle leeftijden, maar extra aan het begin van de puberteit.

Tekst: Marijke Verduijn
Bron: LICG

Pesten School

 


Terug

  Meer informatie   Facebook   Twitter
 
  contact disclaimer
  inloggen  colofon
   
   
   
  © 2019 Zin in Opvoeding