zininopvoeding > publicatie.php?nr=22505&stuurdoor=nee

Christine

 

Terug


Christine, moeder van Floor (8)

Floor (8) is hoogbegaafd. Dat is prachtig, maar vaak ook moeilijk. Bijvoorbeeld in het contact met andere kinderen. 
Moeder Christine*: ' Haar belevingswereld sluit niet goed aan op die van andere kinderen. Ze begrijpt andere kinderen niet en zij begrijpen haar niet. En voor mij is het contact met andere ouders vaak moeilijk. Vroeger liet ik me door hen uit het veld slaan. Tegenwoordig zeg ik: ‘Natuurlijk mag Floor niet slaan, maar naast fysieke onveiligheid bestaat er ook geestelijke onveiligheid. Weet jij wat jouw kind zei en deed? Als jij nou praat met jouw dochter, praat ik met Floor.’ Soms helpt dat, soms ook niet. Ik heb veel aan ouders die snappen dat het niet allemaal zo zwart-wit is.' 

Duwen
‘Een blond, lief, schattig meisjesachtig meisje: dat stelde ik me voor. Blond was ze niet: ze was een beetje bruin met veel zwart haar. Lief was ze wel: ze had een soort vrede over zich: ze was heel rustig en had een halve glimlach op haar gezicht. 

Op de crèche kregen we de eerste opmerkingen. Ze zocht veel contact, maar op een verkeerde manier. Als ze iets van iemand wilde, liet ze dat blijken door te duwen. Tegelijkertijd merkten we dat ze heel slim was: ze las de namen op de bakjes met verschoongoed. En op het consultatiebureau stapelde ze bij een testje de blokjes zo op dat ze ons verwezen naar een vereniging van hoogbegaafden.

Ik wilde dat liever niet. Mijn broer is hoogbegaafd en omdat mijn ouders daar niet mee  konden omgaan, gaf dat in ons gezin veel problemen. Hij had op de lagere school ook moeite om met andere kinderen en leraren om te gaan. Hoogbegaafdheid stond voor mij voor: ruzie, zorgen, sociaal isolement, pesterijen en onveiligheid. 

Bovengemiddeld
Op een dag – ze was vijf – typte ze op de computer in: www.joetjoep.nl – die term had ze ergens opgevangen en nu ingetypt, inclusief die moeilijke dubbelklank oe. Dat was voor mij een heel emotioneel moment: ze is dus echt hoogbegaafd en ik kan dat niet buiten de deur houden. Tegelijkertijd nam ik me voor: maar ik zal doen wat in mijn vermogen ligt om haar daarin goed te begeleiden. 

Dat is niet eenvoudig. Floor heeft een huizenhoog verbaal IQ en een hoog, maar wel veel lager performaal IQ. Het eerste staat voor inzicht en het tweede voor het vermogen te handelen naar je inzichten. Floor kan denken dat ze iets heeft gedaan, omdat ze zo sterk heeft bedacht dat ze het gaat doen. Uit de test bleek ook dat ze last heeft van depressiviteit en wellicht iets licht autistisch. Het is allemaal heel ingewikkeld en we zitten midden in een zoektocht: wat is er precies en waar hebben haar problemen mee te maken?

Rampen
Haar belevingswereld sluit niet goed aan op die van andere kinderen. Ze begrijpt andere kinderen niet en zij begrijpen haar niet. Ik weet nog dat – ze was nog klein – een klasgenootje bij ons speelde en vroeg: 'zullen we buiten gaan spelen?' Floor keek naar buiten, zag donkere wolken samentrekken en zei: 'dat is niet zo’n goed idee, want er zijn allemaal wolken, die zijn grijs en daar komt water uit en daar word je nat van.' Het andere meisje luisterde geduldig en zei toen: 'oké, maar zullen we buiten gaan spelen?' Op zo’n moment gaat het fout. Floor voelt zich niet begrepen en reageert die frustratie af in boosheid: 'maar ik zég toch dat dat geen goed idee is?' En dan ontploft ze.
Soms zegt een kind dan: 'ik wil liever naar huis.' Wat doe je dan als moeder? Het overhalen nog even te blijven omdat het zo zielig is voor Floor? Floor uitleggen waarom je dat andere kind naar huis hebt gebracht? Dat zijn allemaal kleine rampen.

Dilemma
Toen ze heel klein was, was het nog niet zo’n punt. Jonge kinderen vergeten snel en ze had wel wat vriendinnetjes. Maar op de basisschool wilden kinderen steeds minder vaak met haar spelen en ze werd nooit uitgenodigd voor feestjes.

Voor mij was dat een dilemma: moest ik haar nu uitleggen dat kinderen nu eenmaal niet altijd willen spelen, of moest ik haar vertellen dat het ook te maken had met haar eigen gedrag? Ik wilde haar niet het gevoel geven dat ze niet leuk genoeg was voor anderen om mee te spelen. Voor mij was ook heel belangrijk of zij er zelf mee zat. Ik hoopte dat ze er zelf lessen uit zou kunnen trekken, haar eigen kracht zou kunnen aanspreken. Maar dat ging helemaal niet. 

Onveilig
Als Floor boos wordt, blokkeert haar denken en logica is alles wat ze heeft ... Op een gegeven moment belde de school vrijwel iedere dag: Floor heeft geschopt, Floor heeft geslagen, andere kinderen voelen zich onveilig bij Floor. Natuurlijk wil ik graag dat mijn kind sociaal wordt geaccepteerd, maar ik zie ook wel dat er een grens ligt bij fysiek geweld. Ik had het er eerst heel moeilijk mee dat Floor zo agressief is, maar ik heb leren zien dat ze slaat uit machteloosheid en frustratie, omdat ze niet weet hoe ze met een moeilijke situatie kan om gaan. Dat weet ze echt niet, die vaardigheid heeft ze niet. 

Als ik met Floor praatte over wat er gebeurde vóór ze ging slaan of schoppen, bleek het altijd een reactie te zijn. Ze werd flink gepest: haar pen werd afgepakt, haar schoenen verdwenen in de prullenbak, sommige kinderen zeiden: niet met Floor spelen, hoor! Of: 'pas op, daar komt Floor.' 

Bij een bureau voor sociaal-emotionele ontwikkeling leerde ze inzicht en handelen meer op elkaar toe te snijden. Bijvoorbeeld: welke vier stappen kun je nemen als je voelt dat je boos wordt? Of - met een tekening van een thermometer -: wat kun je doen vóór je bij rood bent? Op het bureau deed ze het perfect en kon ze alle regels naadloos toepassen. Maar daarbuiten werkte het helaas niet: als ze echt boos was, was alle inzicht weg. 

De school gaf de externe factoren aan: Floor is bovengemiddeld gefrustreerd en agressief. Ik zag ook de innerlijke factoren: als Floor zo boos is, is ze eigenlijk heel verdrietig. Dan zei ik: 'Floor, kom eens bij me. Je bent niet boos, je bent verdrietig.' Dan pas kon ze huilen. Dat hielp vaak wel.

Onmacht
Op een dag heb ik een lange mail geschreven aan school over de onmacht van Floor. Ik heb de verhalen geschetst waar Floor mee thuis komt en het verdriet dat daarachter zit. Dat er teveel werd gekeken naar de reactie van Floor en te weinig naar wat de anderen kinderen daarvóór hadden gedaan. Dat Floor natuurlijk absoluut niet mag slaan, maar dat ik het wel begrijp.

Dat is heel goed opgepakt. Een tijdlang mocht ze tijdens de grote pauze binnenblijven. Ze vond het heerlijk: hoef ik niet meer naar buiten? Ik had een kleurboek met mandala’s voor haar gekocht en die zat ze tevreden in te kleuren. Dan kwam ze helemaal tot rust en kon ze de tweede helft van de dag weer aan. Ze ging school weer leuk vinden. Helaas wilde de school het weer terugdraaien: onze maatschappij vindt interactie belangrijk. En natuurlijk wilde ik haar geen sociale contacten onthouden. Maar al op de eerste dag dat ze weer mee naar buiten moest, ging het weer helemaal fout. 

Ik heb de school gevraagd met een andere oplossing te komen. Nu heeft ze een kaart. Als ze er niet uitkomt, steekt ze die omhoog en dan kan iemand anders of zij de juf er bij halen. Als dat goed gaat, krijgt ze een sticker en als ze tien stickers heeft, mag zij tijdens de les een taart voor de klas bakken. Want het is iets van de hele klas. 

Inclusief
Ik ben een aanhanger van het village-idee: je hoort erbij, ook als het moeilijk is bij elkaar te blijven. Inclusiviteit vind ik heel belangrijk. Ik wil niet dat ze een stempel krijgt. Maar ik moet wel erkennen dat Floor op bepaalde punten een speciale behandeling nodig heeft. En ik zie ook dat het voor een juf niet te doen is. Ze heeft dertig kinderen in de klas en de één heeft ADHD, de ander PPDNos en de derde is problematisch hoogbegaafd - en dan hebben ze allemaal ook nog een verschillend leerniveau. 

De afgelopen twee jaar is ze één ochtend in de week naar een klas voor hoogbegaafde kinderen geweest. Daar bleek ze geen problemen te hebben en geen enkele agressie te tonen. Dat maakte het makkelijker om de knoop door te hakken: volgend jaar gaat ze hopelijk naar een Leonardoschool voor hoogbegaafde kinderen. Toch willen we ook haar sociaal-emotionele problemen aanpakken. Misschien doen die zich op die andere school niet voor, maar dan toch weer wel in de buitenwereld. We hebben haar dus ook aangemeld bij een jeugdpsychologisch centrum. Helaas zijn er enorme wachttijden en gaat het nog lang duren voor ze daar een intake krijgt - en in de tussentijd blijven wij aanmodderen.

Verdriet
Mijn zorg is dat ze die boosheid niet leert hanteren. Wat doet het met je zelfbeeld als je de steeds irritatie oproept? Ik hoop dat het psychologisch centrum helpt tot de wortel van haar frustraties te komen en ik hoop dat ze op haar nieuwe school, met meer kinderen van haar niveau, de goede weg op gaat. 

Mijn verdriet zit vooral bij haar eenzaamheid. Floor gaat vrolijk naar school. Voor haar is iedere nieuwe dag een nieuwe kans: ze houdt zich niet bezig met reputaties. Ze wil heel graag met andere kinderen spelen, maar ik zie ook haar onzekerheid: hoe kan ik ervoor zorgen dat mensen bij me blijven, ook al kan ik niet zo goed met ze omgaan? Die onzekerheid checkt ze bij mij: 'waarom haalt dat meisje haar schouders op als ik vraag of ze met me wil spelen?' Dan zeg ik: 'dat kan betekenen dat ze het niet weet, of dat ze niet wil, maar dat niet zegt om rekening te houden met jouw gevoelens.' Of ze zegt blij: 'dat meisje zegt “vandaag niet, maar morgen misschien wel!”' Dan zie ik haar de volgende dag tevergeefs terugkomen en dan breekt mijn hart. 

Ze vraagt tegenwoordig waarom er zoveel kinderen langskomen voor haar broer en haast bijna niemand voor haar. Ik probeer haar te helpen en een beetje te wapenen: kijk of mensen bij je passen. Zijn ze aardig voor je, vinden jullie dezelfde dingen leuk? Het begint een beetje te komen. Ze speelt wel eens met een meisje uit de buurt, er komen meer kinderen aan de deur en ze heeft sinds kort een vriendje, dat helemaal gek is van Pokemon – net als zij. 

Mooi
Ik kan enorm veel lol hebben met Floor. Onze leefwerelden lijken op elkaar. Wij kunnen samen razendsnel associëren met woorden en dan zegt ze: 'ha, ha, dat kan ik aan niemand in de klas vertellen, want dat begrijpen ze niet.' Ze is heel creatief. En je kan echt al ethische gesprekken met haar voeren: wat is goed en wat niet en waarom eigenlijk? 

Wat ook mooi is: Floor is puur. Iets anders zeggen dan je bedoelt? Manipulaties? Ze herkent het allemaal niet. Toen in haar klas flink gepest werd, vroeg ze me oprecht verbaasd: 'wat heb je daar aan?' 

Ze appelleert aan mijn talent om gedrag en emoties te analyseren. En aan mijn kalmte: als zij ontploft, blijf ik heel rustig. 

Maar ik voel toch - net als haar vader - vooral een enorme behoefte om haar te beschermen. Daarom wilde ik ook graag op de foto met mijn arm om haar heen. 

Broer
Toen mijn kinderen geboren werden, vond ik dat je ze gelijk moet opvoeden. Dat is eerlijk. Maar ik merk nu dat dat helemaal niet waar is, want het zijn heel verschillende kinderen. Haar broer is heel autonoom en doet het sociaal heel goed, maar hij heeft ons natuurlijk ook nodig en ik zie wel dat we hem te weinig aandacht geven. We proberen hem wel uit te leggen dat het niet altijd positief is om zoveel aandacht krijgen, maar we brengen voor Floor meer geduld en begrip op dan voor hem. Haar hersenen werken echt anders dan bij hem en ons en daar moeten we rekening mee houden. Blijft staan dat we ook goed naar hem moeten blijven kijken. 

Andere ouders
Het contact met andere ouders is vaak moeilijk. Er zijn de afschuwelijke ouders die waar je bij staat zeggen: ‘Floor was al wéér aan de deur. Heeft ze de boodschap nou nog niet te pakken?’ En er zijn ouders die je aanspreken, maar niet uit zijn op een gesprek: ‘Ik zeg het je maar even recht in je gezicht, want ik ben niet iemand die het achter je rug om doet, maar ik ben zojuist bij de directeur geweest om te klagen over Floor. Want Floor mag niet slaan.’ Vroeger liet ik me daardoor uit het veld slaan. Tegenwoordig zeg ik: ‘Ja, dat klopt. Natuurlijk mag ze niet slaan, maar er is wel meer aan de hand dan dat. Weet jij dat jouw kind zei dat Floor stinkt en haar sleutels in de prullenbak gooide? Naast fysieke onveiligheid bestaat er ook geestelijke onveiligheid. Als jij nou praat met jouw dochter, praat ik met Floor.’ Soms helpt dat, soms ook niet. Ik heb veel aan ouders die snappen dat het niet allemaal zo zwart-wit is. 

Geleerd te ontdekken wat ik zelf wil
Ik heb geleerd dat het belangrijk is om te ontdekken wat je zelf voor je kind wilt. Ik wil dat er realistisch, respectvol en inclusief naar haar wordt gekeken. Dat ze er toe doet en niet wordt weggezet. Toen ik dat nog niet wist, was ik een speelbal van alles wat over haar gezegd of beweerd werd. Nu ik dat wel weet, kan ik beter omgaan met wat anderen van haar vragen en vinden. Iemand kan met veel verstand van zaken iets zeggen, maar ik wil als ouder zelf uitvinden of dat ook klopt.

* In een eerdere versie van dit interview hadden Christine en Floor andere namen gekregen. Floor waardeert het dat er rekening mee is gehouden dat ze toen te jong was om zelf de consequenties te overzien van zo’n eerlijk verhaal. Maar ze vindt het goed dat het verhaal wordt verteld en dat mag nu onder haar echte naam. 

Interview: Marijke Verduijn
Lees hier een interview met Floor zelf, zes jaar later. 
Lees ook de andere verhalen van ouders van kinderen die een eigen weg gaan 

Hoogbegaafd

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2021 Zin in Opvoeding