zininopvoeding > publicatie.php?nr=22503

Margriet

 

Terug


Margriet Lenglet, moeder van Tjeerd, boeddhistisch monnik. 

Tjeerd heeft mij moeder gemaakt. Hij is mijn oudste zoon en ik ben zijn moeder. Daar ben ik trots op – dat vind ik een uitverkiezing. Ik voel dat nog net zo als toen hij net geboren was. Toen hij geboren was, zei mijn man: ‘We hebben hem maar te leen’. Ik zei: ‘Ik ben voor de rest van mijn leven verantwoordelijk.’ 

Ik ben zelf na een hele worsteling uit de katholieke kerk gestapt. De kinderen waren toen pubers. Eigenlijk heeft Tjeerd aan die stap bijgedragen. Toen hij een jaar of vijftien was, zei hij: ‘Voor die sekte ga ik geen blaadjes meer rondbrengen.’ Dat begreep ik en zijn gevoel bevestigde het gevoel dat ik zelf al langer had: dat het goed was om afscheid te nemen. 

Geen strobreed
Tjeerd studeerde filosofie in Nijmegen en had daar een huisgenoot, die op Vipasana-meditatie was geweest in België. Hij zei tegen Tjeerd: ‘Dat moet je ook eens doen.’ En Tjeerd ging: eerst eens in de drie maanden en toen een jaar lang. Nadat hij daarna een jaar had rondgetrokken door India en Birma, ging hij in de consultancy werken. En ik zag ook: daar was hij doodongelukkig. We zaten een keer te praten en toen zei hij opeens: ‘Mam, wat zou je ervan vinden als ik monnik zou worden in Birma?’ Ik ben nog steeds blij dat ik hem geen strobreed in de weg heb gelegd: ‘Jongen, als je daar gelukkig van wordt, dan moet je dat doen.’ 

Paradoxaal
Hij maakt het ontzettend goed en hij is heel gelukkig. En dat is de paradox. Als ouders zeg je altijd: als ze maar gelukkig worden. Maar als dat geluk gepaard gaat met zo’n afstand – niet alleen fysiek, maar ook in de vorm van het leven, dat je kind een levensvorm kiest waar nog maar heel weinig raakvlakken zijn – dat vind ik paradoxaal. Dat doet pijn. Je wilt liever niets anders dan dat je kind gelukkig wordt en ik hoor ook dat hij gelukkig is. Het is een leven vol strakke regelmaat: ’s morgens mediteren, dan op ronde en als z’n nap gevuld is eerst weer mediteren en dan pas eten - dat is de enige maaltijd - dan weer mediteren en ’s avonds nog iets van citroen- of vruchtensap.

Vaak duurde het vier, vijf zes maanden voordat ik iets van hem hoorde. Hij kon zijn mails alleen lezen als hij naar de hoofdstad ging, de computer van het klooster was voor noodgevallen. En hij gaat niet zo vaak naar de hoofdstad. Inmiddels is de toegankelijkheid van internet in Birma iets groter en krijgen we, behalve tijdens zijn jaarlijkse stilteperiode van 5 maanden, vaker mails.

Onontkoombaar
Hij kan zich niet meer voorstellen – en ik ook niet – dat hij nog zou terugkeren naar de Westerse wereld. In zijn manier van leven wordt er alleen een innerlijk appel op je gedaan – en dat is natuurlijk iets heel moois. Wij hebben vrienden, vaste lasten, enzovoort. Hij beantwoordt alleen aan zijn eigen appel. Dat is ook heel mooi en onontkoombaar. Ik ben ooit begonnen als jurist, maar ik heb een switch gemaakt naar therapeut. Mensen zeiden toen tegen me: wat moedig! Maar het was voor mij onontkoombaar. Ik vermoed dat het voor hem ook onontkoombaar was. Juist met Tjeerd voerde ik altijd heerlijke gesprekken over de zin van het leven. Zijn keuze is voor mij ook een voortdurende appel: hoe leef ik? Wat zou ik moeten doen? Maar het doet ook heel veel pijn. 

Pijn
De pijn zit niet in dat ik hem niet zie. Het is de pijn van op zoveel fronten niet meer verbonden te zijn. Dat je het dagelijks leven niet meer deelt. Het heeft zoveel lagen. Het heeft ook gewoon de laag van het ultieme doorsnijden van de navelstreng. Ik heb hem nu al meer dan vier jaar niet gezien. Mensen vragen me wel: ‘Ga je niet naar Birma?’ Maar wat ga ik daar dan doen? Ik mag alleen maar van een afstand naar hem kijken. mag hem niet omhelzen, want hij mag niemand aanraken: dat is maar een ervaring, een gewaarwording. Alles is vergankelijk. Lijden wordt veroorzaakt doordat je je hecht aan je gewaarwording. Maar wat blijft er over van het leven als je niet mag genieten van een innige omhelzing, als je geen verdriet mag hebben? Dat kan ik mezelf niet aandoen. Dat voelt zo hardvochtig: moet ik mezelf maar eens goed inpeperen dat hij echt weg is? Voel maar eens goed hoe het is om je eigen kind niet te mogen omhelzen. Dat ga ik mezelf niet aandoen. 
Ik schreef hem dat ik het zo ontzettend miste dat ik hem niet kon knuffelen. Hij schreef terug dat dat een oud beeld was: nostalgie. Dat het vasthouden daaraan juist lijden veroorzaakt. Hij heeft natuurlijk hartstikke gelijk. Maar de raakvlakken worden steeds minder. Ik probeer elke keer heel goed te formuleren wat ik voel of denk, heel erg vanuit mijn hart, maar vooral niks confronterend. Het is op eieren lopen. 

Wezenlijk
Mijn ouders vonden dat hun kinderen naar hen toe moesten staan: dat ze zorg, liefde, dankbaarheid moeten betonen. Ik heb vanaf de eerste dag gevoeld: ik sta met mijn handen op de ruggen van mijn kinderen – ik stuur ze de wereld in. Ze zijn me niets verschuldigd. Dat beeld helpt mij ook elke keer bij Tjeerd. Ik heb gedaan wat ik kon. En hij doet waartoe ik hem heb opgevoed: hij gaat zijn eigen weg. Daar zit ook niet de pijn. De pijn zit er veel meer in dat je hoopt dat hij zich zo nu en dan eventjes zou omdraaien om je te omhelzen. 

En soms doet het opeens nog veel meer pijn. Zoals toen ik een mail kreeg waar boven stond: lieve Margriet. Ik ben voor heel veel mensen Margriet, maar voor m’n drie kinderen ben ik mamma. En hij heeft me zijn leven lang ook mamma genoemd. En nu stond er zo onverhoeds: lieve Margriet. Dat is vanuit het idee dat we allemaal gelijk zijn en dat familieverbindingen niet wezenlijk zijn. Maar ik vond het hartverscheurend: nu mocht ik ook zijn moeder niet meer zijn. 

In de steek gelaten
Ook voor mijn man en voor zijn broer en zus is het heel moeilijk. Mijn man is een binnenvetter, die stopt het een beetje weg, maar hij heeft het er ook heel moeilijk mee. En mijn dochter mist hem ontzettend. Zij tweeën waren altijd heel close. In de tijd dat Tjeerd in Birma was, heeft mijn dochter twee kinderen gekregen. Daarvan zegt ze zelf: ‘Ik heb de ultieme joker ingezet om Tjeerd terug te krijgen.’ Maar hij is niet geweest. Ze mailen nog wel: schrijven kan niet naar Birma, er bestaat niet zoiets als adressen of gereguleerde posterijen. Dan is hij de oude Tjeerd – met oude of inside grapjes, maar soms ook prekerig: dan bekritiseert hij onze manier van leven. En zijn jongere broer voelt zich zo in de steek gelaten. Tjeerd was zijn grote broer. De broer die er altijd was, waarmee hij van alles ondernam. En nu niet meer. 

Hoop
Een van mijn broers is abt van een klooster. Die heeft ook een heel ander leven gekozen. Hij is mijn lievelingsbroer en Tjeerd lijkt heel erg op hem. En dat vind ik ook wel heel fascinerend. Het is misschien ook iets genetisch. Soms denk ik: ik had misschien wel liever gewild dat hij katholiek was gebleven. Maar dan realiseer ik me: nee – dat ook weer niet. Dat is geen ontwikkeling. Mijn enige hoop is dat het niet onomkeerbaar is. De kans dat hij verandert, is er nog steeds. 

Verdriet
Een van de drijfveren in mijn leven, al in mijn jeugd gegroeid, is dat ik zo zuiver mogelijk wil leven en vooral geen verdriet wil toevoegen. Dat ik vooral wil kijken wat m’n eigen aandeel in de dingen is. Ik heb natuurlijk veel stomme dingen gedaan in de opvoeding, maar zestig jaar leven brengt met zich mee dat ik er zelf niet zo veel meer toe doe. Dat liefde het allerbelangrijkste is. Liefde in onvoorwaardelijke zin. Maar dat is niet makkelijk. Soms wil ik schreeuwen, vloeken. 

Het is een voortdurende schommel tussen onvoorwaardelijke liefde en misschien ook wel eigenliefde. 
In de onvoorwaardelijkheid is het helemaal niet moeilijk. Dan kan ik denken: wat een geluk dat die jongen dat kan en zijn eigen leven leidt. Maar het volgende moment kan ik denken: maar zo wil ik het niet! Natuurlijk: iedereen mag zijn eigen leven vorm geven en zijn eigen fouten maken. Maar ik heb ook moeite met deze invulling van het leven: voor mij kleed je het leven uit als je je los maakt van je gedachten en gevoelens. Ik geloof werkelijk dat verdriet bij het leven hoort. Ja, natuurlijk: alles gaat voorbij. Maar waar haal je je drijfveer vandaan? En wie is je klankbord? Als je verdriet voelt, wil je veranderen. In die zin is verandering een drijfveer. Dit naar binnen gekeerde is zonder klankbord: je bent je eigen maat. 

Bevestiging
Eigenlijk zou hij willen dat wij ook zijn weg gaan. Dat wij hem bevestigen. Mijn dochter heeft twee kinderen gekregen. Dat is ook een bevestiging van ons leven: wij hebben het goed gedaan. Want onze dochter maakt dezelfde keuzes die ik maakte en daarin bevestigt ze mij. Zoals ik ook haar bevestig. Ik realiseer me heel erg dat dat ook een valkuil is. Eigenlijk doet Tjeerd precies waartoe ik hem heb opgevoed: hij kiest zijn eigen pad. 

Interview: Marijke Verduijn

Lees ook het latere interview met Margriet: Schoon verdriet
Lees ook de andere verhalen van ouders van kinderen die een eigen weg gaan 

Uit Margriets blog: 

KIND

de man
die monnik is
behoeft geen
hoedende moeder meer

tranen bespoedigen
het loslaten van
die zoete last

weerklank.blogspot.com

Boedhisme Monnik Buitenland

 


Terug

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2023 Zin in Opvoeding