Nieuws

 
 
29 november 2020

Drie lessen voor het onderwijs van de makers van 'Klassen'

Iedere ouder weet dat kinderen ongelooflijk nieuwsgierig en leergierig zijn. En hoe graag ze naar school gaan. In het begin, tenminste. Waar(om) gaat het soms dan mis? 

Sarah Sylbing en Ester Gould – die al 15 jaar samenwerken en eerder onder meer de serie Schuldig maakten over mensen met schulden in Amsterdam-Noord – verdiepten zich jarenlang in het onderwijssysteem. 

Dat idee ontstond toen ze bij een eerdere documentaire een juf spraken die over haar leerlingen zei: 'Het hoogst haalbare voor deze klas is de plantsoenendienst.' Gould: 'Dat vonden we zó pijnlijk om te horen.' Sylbing: 'Het ging over kinderen van acht. En om dat over een hele klas te zeggen ... ' 

Het was best een heftige klas met veel zware problemen thuis. Maar, zegt Gould: 'Het is je plicht als docent om altijd vertrouwen, hoop en geloof te houden en de lat hoog te leggen. Als je dat niet meer doet, moet je gewoon wat anders gaan doen.' 

Met Klassen richten ze zich daarom op kansenongelijkheid in het onderwijs. Ze spraken met beleidsmakers, onderwijsinspecteurs, schooldirecteuren en nog veel meer mensen en filmden op acht basis- en middelbare scholen. In de docu volgens ze  vijf leerlingen in groep 8 en in de eerste klas van de middelbare school, drie leerkrachten en een schooldirecteur. 

De research en het draaien van de serie leverde hem een aantal eyeopeners op: 

#1. Focus niet op gemengde scholen, maar op goed onderwijs

Nederland houdt van gemengde scholen, zodat kinderen met een andere achtergrond van elkaar kunnen leren en zich aan elkaar kunnen optrekken. In de documentaire stopt de directeur van een kleine buurtschool dan ook veel energie in het verleiden van hoogopgeleide ouders om naar haar school te komen. 

Dat kan ook anders, zagen de makers in Londen. Daar is het uitgangspunt dat kinderen het allerbeste onderwijs krijgen, zodat ze straks een even goed CV hebben als de kinderen in kansrijke gezinnen. 

Dat bewijst ook De IJsbreker: een gemengde school met veel hoogopgeleide ouders, van allerlei verschillende afkomst, met een ‘hoge uitstroom’. 

Bovendien: taalachterstand, (onbewuste) vooroordelen en een andere thuiscultuur werken door in de leerprestaties, maar spelen net zo goed bij arme witte gezinnen. Het is dus niet de kleur, maar de opleiding van de ouders die de doorslag geeft. 

Ester: ‘’Wat je juist zou willen, is dat het kind van de bakker het kind van de bankier ontmoet en dat die samen op school zitten.’’

Sarah: "Stop je energie dus niet in het mengen, maar probeer gewoon de allerbeste scholen te maken in die kansarme wijken'. Dan zie je wel of die hoogopgeleide ouders alsnog komen."

#2. Deel kinderen op latere leeftijd in op niveau

De Cito-toets is ooit bedoeld om kansarme kinderen een een eerlijk en objectief advies te bieden - en zo een eerlijke kans. Toch zijn er nog steeds verschillende maten en in de praktijk kopen hoogopgeleide ouders bijlessen en Cito-toetstraining in en raken hun kinderen overspannen van de hoge verwachtingen en prestatiedruk. 

San de andere kant ligt voor kansarme kinderen de lat juist vaak te laag en worden zij te weinig uitgedaagd. Esma was ooit een leergierig kind rond havoniveau, maar heeft door jarenlang slecht onderwijs inmiddels een vmbo-basis advies.

Voordat ze aan de serie begonnen, dachten de makers dat onderwijsniveaus corresponderen met IQ. Nu zien ze dat veel kinderen vaak gewoon achterlopen en daardoor op een verkeerd niveau belanden. En dat het niveau van een kind veel meer zegt over met waar het op dat moment op een leerlijn staat of zijn thuissituatie en achtergrond, dan met zijn aangeboren intelligentie. 'Dat zou allemaal niet zo erg zijn als die sjoelbak waar je in terechtkomt niet zo rigide zou zijn.' 

Ook is de werkelijkheid veel grilliger dan wordt gesuggereerd. Uit onderzoek blijkt dat de slechtste vwo-leerling evengoed kan rekenen als de beste leerling van vmbo-kader, terwijl hun levens er heel anders uit gaan zien. 

De documakers adviseren dan ook om pas op een latere leeftijd in te delen en dit niveau niet alleen te baseren op waar het kind het slechtst in is. Waarom kun je geen vakken volgen over verschillende niveaus? 

#3. Leerkrachten kunnen het verschil maken

Op De Vier Windstreken - waar veel kinderen door hun thuissituatie een 'extra gewicht' hebben - wordt het verschil gemaakt door een goede directeur, maar vooral door twee waanzinnige juffen van groep 8: Jolanda en Astrid. 

Ze kunnen niet toveren, maar slagen er behoorlijk goed in om uit een kind te halen wat erin zit. Dat doen ze door heel goed onderwijs te geven en veel contact te onderhouden: soms zitten ze nog tot in de avonduren met hun leerlingen te appen. 

Ester: "Astrid en Jolanda weten iets aan te wakkeren waardoor die kinderen van school gaan houden. Goed onderwijs kan dus echt het verschil maken.’’

Sarah: "Ook zij kunnen een taalachterstand niet volledig inhalen, maar ze kunnen er wel echt voor zorgen dat de lat hoog ligt en dat de kinderen gemotiveerd zijn.’’ 

Tekst: Marijke Verduijn
Bronnen: Human, VPRO-gids

Klassen wordt uitgezonden van maandag 30 november op NPO 1, van 21.35 - 22.35 uur 

Zie hier de trailer van Klassen 

 


Naar het nieuwsoverzicht

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2021 Zin in Opvoeding