Nieuws

 
 
1 april 2020

'Om sommige kinderen maken we ons zorgen'

Sylvia en haar collega’s werken zich al wekenlang een slag in de rondte zodat hun leerlingen thuis kunnen werken. Dat gaat vaak goed. Soms ook niet. ‘We maken ons veel zorgen over kinderen bij wie de thuissituatie niet okay is. We zouden het liefste even langsfietsen. Maar dat mag nu juist niet.’

‘Wij hebben kinderen uit allerlei verschillende culturen, onder wie veel nieuwkomers. Veel kleuters spreken nog geen Nederlands. Dat communiceert normaal al lastig, maar nu helemaal.

Onze kinderen komen soms uit grote gezinnen, wonen vaak heel klein en hebben ook vaak geen goed internet of computers. We lenen laptops van school uit en hebben computers aangevraagd bij het Jeugdeducatiefonds. Vandaag worden de laatste uitgedeeld en is er in ieder geval in ieder gezin één laptop.  Maar dat is natuurlijk niet genoeg, want een kind uit groep 7 kan niet samen doen met drie broertjes of zusjes. 

Dagenlang geprint
Meteen toen we hoorden dat de school dicht ging, zijn we gaan zorgen dat de kinderen thuis konden werken. Drie dagen lang hebben we opgaven geprint en voor alle kinderen een eigen laatje klaargemaakt. Dat konden ze komen ophalen - met een heel ingenieus systeem waardoor er niet teveel mensen tegelijk waren of te dicht bij elkaar stonden. Niet alle kinderen hebben thuis balpennen, dus we hebben ook de etuis meegegeven en voor de middenbouw ook scharen, lijm en knutselspullen. 

Nu we nog drie weken langer dicht blijven, gaan we voor de groepen 1 tot en met 5 opnieuw pakketjes maken. En we hebben een anti-verveelbulletin gemaakt, met ideeën voor als kinderen klaar zijn met hun schoolwerk. Niet alle ouders zijn creatief en hebben daar een idee bij, maar een schooldag duurt maar vijfenhalf uur en er zitten er 24 in een etmaal. En sommige kinderen hebben thuis nauwelijks speelgoed of knutselspullen. 

Leren loslaten
Bij een derde van de ouders gaat het fantastisch en sturen kinderen ook nog eens lieve tekeningen of foto’s. Bij een derde lukt het net. Sommige ouders spreken de taal niet en begrijpen onze opdrachten niet. Soms weten kinderen niet hoe ze moeten inloggen met een code. of wat ze moeten aanklikken als ze eenmaal in een bestand zijn. En soms doen ze dertig opdrachten in vijf minuten. Dat klopt natuurlijk niet. Dan kunnen we op verschillende manieren feedback en tips geven. 

Maar voor de rest kunnen we niet veel. We moeten leren loslaten. Het is nu de verantwoordelijkheid van ouders. Als ouders veel problemen hebben, kunnen wij nog zo ons best doen en allemaal spullen leveren, maar daarna houdt het op. Het is een soort kettingreactie: financiële zorgen, andere spanningen, problemen met de taal, niet weten hoe je kinderen iets moet leren. Dat stapelt zich allemaal op.

Is er iemand ziek?
De leerkrachten bellen iedereen één of twee keer per week op. Onze hoofdvragen zijn: hoe gaat het met jou? Is er iemand ziek? Kun je een beetje werken? Heb je daar wel een plek voor? Bij sommige kinderen loopt het vast. Als een ouder ziek is, moeten ze vaak de zorg overnemen. Soms slapen ze met z’n vieren op één kamer en moeten ze aan de salontafel hun schoolwerk doen. 

Zorgen
We maken ons vooral veel zorgen over kinderen bij wie de thuissituatie niet okay is. Er zijn kinderen die normaal al geen eten meekrijgen naar school. Er zijn ouders die hun werk zijn kwijtgeraakt door deze crisis. Gezinnen waar spanningen zijn tussen de ouders. Sommige kinderen wonen op twee plekken, omdat de ouders uit elkaar zijn: gaat dat wel goed? Waar wonen ze op dit moment? 

Er zijn ook kinderen die buiten schooltijd nooit buiten komen. Dat zit niet in de cultuur, of de ouders vinden het te gevaarlijk. Voorheen konden ze na school een paar keer in de week, met hun ouders erbij, onder begeleiding spelen op het schoolplein. Maar er zijn kinderen die nu al twee weken binnen zitten. Als ze geen balkon hebben, hebben ze al die tijd geen buitenlucht geroken. 

Ruzie op de achtergrond
Op school kun je een kind zien en heb je er feeling mee. Nu niet. Maar je wilt geen signalen missen, natuurlijk. Soms weet je dat er iets speelt. En soms voel je dingen aan of heb je een vermoeden. Als je de moeder spreekt en je hoort ruzie op de achtergrond, of je vraagt een kind te spreken en die komt niet aan de telefoon. 

Wakker liggen
Er zijn juffen die nu wakker liggen en denken: misschien moet ik morgen maar even langsfietsen. Maar dat mag juist niet. Wat we wel kunnen doen? Als we ons zorgen maken, melden we dat in ons overleg. Onze intern begeleider probeert zoveel mogelijk contact te houden. We gaan de medewerker van het Ouder Kind Centrum, die één dag per week op school is voor ouders met vragen, inzetten. En we denken na of we voor de kwetsbare kinderen tijdens de schooltijden toch niet ergens opvang kunnen gaan organiseren.

Supergemotiveerd
Nu dit allemaal langer duurt, moeten we in een nieuwe ronde nieuw materiaal aanbieden. We zetten nu vooral in op taal en rekenen, maar je wil ook iets met geschiedenis en aardrijkskunde. Tot nu toe zijn de boeken op school gebleven, maar dat gaat veranderen. En we gaan ook spelletjes en extra knutselmateriaal meegeven, want vooral voor de kleuters is het heel belangrijk om spelend te kunnen leren.  

Dus er komt een nieuwe afhaalsessie. Sommige ouders kunnen de spullen niet ophalen. Dan gaan we het langsbrengen, net als de vorige keer. Want mijn collega’s en ik zijn echt supergemotiveerd om dit allemaal heel goed te doen.’ 

Interview en foto: Marijke Verduijn


Naar het nieuwsoverzicht

Meer informatie Facebook   Twitter
contact disclaimer
inloggen colofon
2020 Zin in Opvoeding